Celeste Lupus

Celeste Lupus

Over dit weblog

Celeste Lupus schrijft over: literatuur, politiek, filosofie, recht, economie en wetenschap.

Boekbespreking

WetenschapPosted by Roelof Bos Fri, May 25, 2018 18:58:42

ERICH LUDENDORFF de onbuigzame

Er zijn vele boeken geschreven over megalomane mensen, dictators, krijgsheren, generaals die het beste gedijen in tijden van oorlog, conflicten, spanning. En men vraagt zich wel eens af of deze lieden zonder zouden kunnen. Dat was bij mij ook het geval bij het lezen van de biografie van dr Perry Pierik over de Duitse generaal Erich Ludendorff (Aspekt Soesterberg, 2017). Hij was de rechterhand van Paul von Hindenburg, in de annalen vermeld als de overwinnaar van de roemruchte slag bij Tannenburg in 1914 in Oost Pruisen waar het Russische leger een verpletterende nederlaag leed. Aan die slag werd de naam Hindenburg voor eeuwig verbonden, de latere Reichskanzler die met zijn dood de weg vrij maakte voor Hitler. Maar het was in feite Ludendorff die de beslissende hand had in de Tannenberg slag.

De biografie van Pierik laat een man zien die nauwelijks te overtuigen was van andermans gelijk. Een compromisloze figuur die sluwheid paarde aan meedogenloosheid en overal complotten zag, niet alleen het jodendom, hij geloofde heilig in de protocollen van Zion, maar ook het katholicisme en de vrijmetselarij. Op twaalfjarige leeftijd in 1877 begon zijn militaire loopbaan bij het cadettencorps te Plön in Holstein, belandde bij de generale staf waar zijn eigenzinnigheid hem parten speelde. Zijn eerste succes kwam door zijn bijdrage bij de inname van de strategische stad Luik in augustus 1914. Als eenvoudig verbindingsofficier zonder commando werd Ludendorff geconfronteerd met de dood van generaal Von Wussow die richting Luik midden in de nacht in de plaats Rentinne in een Belgische kogelregen was gelopen. Ook Ludendorff ontsnapte ternauwernood aan de dood. In het ontstane gezagsvacuüm nam hij het voortouw en speelde met weinig troepen blufpoker om de Luikse verdediging tot overgave te doen besluiten. De witte vlag werd inderdaad gehesen, echter zonder toestemming van de Belgische bevelhebber. De Maasbrug werd daarop veroverd maar men liet de citadel links liggen. Ludendorff reed Luik binnen, hoorde bij de citadel geen schoten en meende dat die was ingenomen. Hij bonkte op de poort, een verbaasde Belgische soldaat deed open, Ludendorff stapte naar binnen en eiste op luide toon de overgave. In het zicht van naderende Duitse troepen zonk de moed de verdedigers in de schoenen en honderden Belgische soldaten gaven zich over aan Ludendorff. Een verbindingsofficier zonder soldaten werd de held van Luik.

Het oostfront dreigt te bezwijken onder de geweldige Russische legermacht. De Duitse bevelhebber Von Prittwitz wordt op midden augustus 2014 vervangen door de 66-jarige Hindenburg met als chefstaf de 49-jarige Ludendorff aan zijn zijde enkele dagen na zijn heldenrol in Luik. Dan blijkt het militaire genie van Ludendorff die het 2e Russiche leger van generaal Samsonov ten zuiden van de Mazurische meren in een fuik laat lopen en door de cavalerie van achteren omsingeld wordt. Pierik beschrijft de veldslagen eind augustus 1914 in Oost Pruisen zeer gedetailleerd, waarbij opvalt hoe belangrijk de coördinatie tussen de verschillende legeronderdelen is wil men succesvol zijn. Het falen van de Russische troepen zou een gevolg zijn van het hopeloos zwak functioneren van de inlichtingen- en verbindingsdiensten. Ongecodeerde Russische radioboodschappen vielen in Duitse handen. Het zou ook het gevolg kunnen zijn van de rivaliteit tussen de beide Russische bevelhebbers Von Rennenkampf en Samsonov die door een vete tijdens de Russisch Japanse oorlog elkaar niet konden verdragen.

Niet lang daarna in september vindt de slag bij de Mazurische meren plaats, ditmaal tegen Von Rennenkampf noordelijker gelegen tussen de Oostzee en de Mazurische meren. Ook hier vindt een frontale aanval plaats gecombineerd met een omsingelingsmanoeuvre aangestuurd door Ludendorff. De Russische generaal Von Rennenkampf wordt uit Pruisen teruggeworpen naar Rusland. Door al deze successen worden Hindenburg en Ludendorff steeds verder de oorlog ingetrokken. Zij schieten te hulp ter ondersteuning van het Oostenrijks-Hongaarse leger en krijgen bevel op te rukken naar Warschau, dat echter mislukt. Er volgen nog de veldtocht naaar Lodz, de winterslag in Masuren en de slag Gorlice-Tarnow met grote Duitse successen. Ondanks de Russische overmacht blijft het oostfront redelijk stabiel. Zelfs wordt op 5 augustus 1915 Warschau veroverd en trekken de Russen zich terug volgens de tactiek van de verschroeide aarde. Ludendorff ontpopt zich als politiek bestuurder in het bezette deel van Litouwen als ‘onderkoning’ van de tweede stad Kaunas.

Het Duitse opperbevel onder Falkenhayn gaat uit van het Von Schlieffenplan dat eerst aan het Westfront de overwinning behaald moet worden. In 1916 zouden de Fransen bij Verdun de genadeslag hebben moeten krijgen. De westelijke tegenstand en ook de internationale aversie tegen Duitsland groeit. Falkenhayn verliest bij de keizer zijn geloofwaardigheid en deze kiest voor Hindenburg en Ludendorff, hoewel hij het onbuigzame karakter van de laatste niet verdraagt. Ludendorff dirigeert dan van Duitse zijde de oorlog. Hij stopt de uitputtingsslag bij Verdun en rationaliseert het front door terug te trekken op de nieuw gebouwde Siegfried-Stellung. Voor de noodzakelijke olie wordt Roemenië veroverd. Op zee kiest Ludendorff voor de duikbotenoorlog dat hem noodlottig zal worden. De neutrale Verenigde Staten zien hun koopvaardijschepen getroffen worden door Duitse torpedo’s. Deze fatale beslissing blijkt achteraf een wanhoopsgreep te zijn geweest om de numerieke overmacht van de Entente te breken. Na 23 oktober 1918 komt het tot een breuk tussen het leger en de politiek. De Duitse Rijksdag verzet zich tegen de proclamatie Hindenburg, lees Ludendorff, om door te vechten ondanks de eisen van de Amerikaanse president Wilson. De keizer zit in een tweespalt en schaart zich voorlopig achter Hindenburg en Ludendorff. De politiek wil het plan Wilson aanvaarden. De volgende dag op 26 oktober 1918 worden Hindenburg en Ludendorff bij de keizer ontboden die een draai maakt naar de politiek en zijn ongenoegen uitspreekt over de proclamatie. Daarop biedt Ludendorff zijn ontslag aan dat de keizer aanvaardt, maar het ontslag van Hindenburg weigert omdat veldmaarschalk Von Hindenburg een symbool van eenheid voor het Duitse volk is.

Het verloop van de eerste wereldoorlog is bekend. Het eindigde met de wapenstilstand in november 1918 en het Verdrag van Versailles. Van belang is dat Ludendorff is gaan geloven in de dolkstootlegende dat de nederlaag niet op het slagveld is geleden maar door interne politieke strubbelingen, de werkzaamheid van socialisten, spartakisten, pacifisten, bolsjevieken en de Weimar regering.

Tussen november 1918 en voorjaar 1919 ontbrandt de strijd tussen conservatieven, sociaaldemocraten en spartakisten. Ludendorff krijgt van vele zijden, ook van terugtrekkende militairen de schuld voor de chaos, dus ook voor de nederlaag. De spartakisten van Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg zijn op zoek naar hem en met aangeplakte baard en blauwe bril vlucht hij naar Zweden. Het leger en de voorman van de sociaal-democraten Friedich Ebert konden hem geen bescherming bieden. De vrouw van de meest gehate man van Duitsland Margarethe Ludendorff is nog in Duitsland en dreigt door Spartakisten gegijzeld te worden. Zij wordt gered door een communistische matroos en weet op avontuurlijke wijze Duitsland te ontvluchten.

Al in februari 1919 keert Ludendorff terug naar Duitsland waar de revolutie in volle gang is. Maar hij wordt beschermd door een uit marineofficieren bestaand vrijkorps de Garde Kavallerie Schützen Division, dat later Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg zal ombrengen. Velen nemen het recht in eigen hand. Conservatieve vrijkorpsen strijden tegen spartakisten waardoor de regering Ebert Noske in het zadel kan blijven. Beieren en het Rijnland proberen zich af te scheiden. Het rijk dreigt uiteen te vallen. Het leger is onbetrouwbaar. De Weimar republiek kan alleen rekenen op vrijkorpsen. Ludendorff schrijft zijn oorlogsmemoires, biedt zijn diensten aan bij de regering Ebert en probeert de vriendschap met Hindenburg en het militaire apparaat te herstellen. Als dat niet lukt gaat Ludendorff ondergronds en intrigeert tegen de republiek van Weimar en maakt zo vanuit het rechtse militaire kamp de weg vrij voor Hitler.

Pierik gaat in op het ontstaan van de dolkstootlegende die de geestelijke brandstof werd voor het nationaalsocialisme. Het merkwaardige feit doet zich voor dat niet Ludendorff hiervoor verantwoordelijk was maar Hindenburg. Hindenburg sprak over een ‘hinterlistige Speerwurf’ met de insinuatie dat er geen militaire noodzaak was voor het Duitse falen in 1918. Ludendorff daarentegen had uitgesproken dat de oorlog militair niet meer te winnen was.

Volgens Frankrijk ligt de schuld voor de oorlog bij Duitsland en doet met België uitleveringsverzoeken om oorlogsmisdadigers te berechten. Ludendorff en zelfs de naar Nederland uitgeweken keizer zijn doelwit. Dat veroorzaakt in Duitsland binnenlandse spanningen niet alleen tegen die buitenlandse, lees Franse eisen, maar ook tegen de Weimar regering zelf die zich daardoor tegen de uitleveringseisen moet verzetten. Het is de voorbode voor de eerste couppoging door militaire ijzervreters tegen de pacifistische Weimar regering, bekend staand als de Kapp-Putsch naar de naam van de initiatiefnemer Wolfgang Kapp. De aanleiding is de ontbinding van de Freikorpsen die de Weimarregering nodig had tegen de aanvallen van spartakisten onder Karl Liebknecht en Rosa Luxembourg, maar nu vanwege het Verdrag van Versailles ontbonden moeten worden. Interessant is de opstelling van Britse zijde dat al eerder wees op de gevaarlijke repercussies van het verdrag. Via de gewiekste Keulse burgemeester Konrad Adenauer houden de putschisten contact met de Entente, dit volgen de memoires van Ludendorff die zelf vanuit het geheim de putsch aanstuurt. Als er arrestatiebevelen tegen kopstukken uit het Kapp-kamp komen omdat deze weigeren te ontwapenen is in maart 1920 de Kapp-Putsch in Berlijn een feit. De marine kiest voor Kapp maar de landmacht is verdeeld. Vakbonden en ambtenaren keren zich tegen de putsch. Soldaten muiten. Ludendorff houdt zich op de achtergrond. Als de putsch dood loopt is hij een ervaring rijker. Maar de Franse generaal Buat ziet Ludendorff als het grote gevaar die Duitsland wederom tot oorlog kan brengen, die uit wraakzucht het Duitse volk kan mobiliseren.

Op hetzelfde tijdstip maart 1920 vindt in Beieren een conservatieve machtswisseling plaats geleid door militairen, onder wie kapitein Mayer, die de jonge Hitler communisten laat bespioneren. Deze ontpopt zich als redenaar en wordt politiek ingezet om arbeiders te winnen voor het nationaalsocialisme. Hitler wordt naar Berlijn gezonden voor overleg met de inmiddels gevluchte Kapp putschisten en besluit dan maar Ludendorff op te zoeken. Daar maakt Hitler kennis met vele prominenten op wie hij grote indruk maakt.

Tegen de spartakisten is genadeloos opgetreden maar de Kapp putschisten worden summier vervolgd. Dat zet kwaad bloed, maar de Weimar regering moet kunnen blijven rekenen op militairen. Ludendorff wil een rol spelen hoe Duitsland weer op de been te krijgen. Bij wie kan hij aansluiten? De NSDAP van Hitler vertegenwoordigt een nieuw geluid, los van religie en monarchie. Hitlers visie is sociaaldarwinistisch, uit bloed en bodem is een nieuwe adel ontstaan. Conservatieve groeperingen zien in Hitler de man die hun belangen veilig kan stellen. Ludendorff staat achter het partijprogramma van de NSDAP, een völkische beweging die onder het juk van zijn vijanden uit wil. Ludendorff ziet Hitler als een man met een dwingende wilskracht, wat ze gemeen hebben. Ludendorff deelt met Hitler het antismitisme. Als de held van Tannenberg staat Ludendorff model voor eerherstel voor Duitsland na de oneerlijke nederlaag. In 1921 krijgt Ludendorff op vele plaatsen het onthaal van een staatsman en ook zijn vierde eredoctoraat.

Op 24 juni 1922 wordt de joodse minister van buitenlandse zaken Walther Rathenau vermoord. Met zijn publiekelijke afkeer van deze joodse intellectueel draagt Ludendorff verantwoordelijkheid voor deze Rufmord, begaan door geradicaliseerde jongemannen. Pierik vermeldt dat de moordenaars van Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg eerder Ludendorff hielpen ontsnappen naar Zweden. Vele democratische politici worden bedreigd en vermoord en de naam van Ludendorff wordt daarbij genoemd.

In 1923 bezet Frankrijk de Ruhr omdat een leverantie van telegraafpalen door Duitsland aan Frankrijk is uitgebleven. De Duitse opperbevelhebber Von Seeckt zoekt contact met Ludendorff in het geheim aan de Wannsee. Mogelijk wil die van Ludendorff weten hoe militair kan worden opgetreden, in strijd met het Verdrag van Versailles. Hier toont Ludendorfff zich bij uitzondering politicus en geen militair. Hij ontraadt militair optreden en wijst er op dat het Verdrag van Versailles de enige bescherming is die ze hebben, het is internationaal erkend en het Franse optreden wordt bekritiseerd.

Het Franse optreden brengt Duitsland economisch aan de rand van de afgrond. Het Ruhr gebied wordt door de Fransen ‘leeggeplunderd’. In Hamburg vindt een communistische opstand plaats aangestuurd door Moskou. Dat leidt tot de Feldherrnhalle-Putsch van Hitler in München op 8 november 1923. Ludendorff heeft meer en meer contact met de door Hitler opgerichte Sturmabteilung SA. Hij laat zich in met de alchemist Franz Seraph Tausend die beweert goud te kunnen maken. Ludendorff ziet daarin het middel om de doodsteek toe brengen aan de goudstandaard die de joden in de kaart speelt. Door de naam Ludendorff wordt er veel geld opgehaald dat vooral naar hemzelf gaat. Als de zwendel blijkt heeft Ludendorff zich tijdig uit de zaak terug getrokken en wordt niet vervolgd. Ludendorff ontvangt geld van de Ruhrbaron Fritz Thyssen, waarschijnlijk bestemd voor Hitler. Ook de Amerikaanse autoindustriëel Henry Ford betaalt Hitler.

Pierik beschrijft dan uitvoerig de aanloop naar en het verloop van de Feldherrnhalle-Putsch waarin Ludendorff en Hitler gezamenlijk optreden en die uiteindelijk neergeslagen wordt. Interessant is te zien dat Ludendorff de kardinale fout maakt door de drie belangrijkste Beierse mannen, minister president Von Kahr, de bevelhebber van de Beierse legermacht Von Lossow en de commandant van de Beierse politie Von Seisser uit de Bürgerbräukeller te laten vertrekken omdat ze op erewoord hun medewerking aan de putsch zouden hebben gegeven. Dat hadden ze ook gedaan, onder dwang. Eenmaal verdwenen herroept Von Kahr zijn toezegging en de volgende dag tijdens de mars door de stad wordt er geschoten. De lezing van Pierik wijkt wat af van wat ik op Wikipedia heb kunnen vinden. De volgende ochtend 9 november 1923 zijn in de Bürgerbräukeller negen socialistische raadsleden gegijzeld en Ernst Röhm heeft zich met 400 putschisten in het legercommandocentrum aan de Odeonsplatz verschanst. Ongeacht de gijzeling rukken pantserwagens van het leger op naar Röhm. Bij een schotenwisseling worden twee putschisten gedood en twee soldaten van het leger gewond. Röhm wil zich niet overgeven en gaat om 11.45 uur in op een wapenstilstand van twee uur. Desondanks om 12 uur trekken Hitler en Ludendorff vanuit de Bürgerbräukeller met de putschisten naar hem op. Over de Ludwigsbrücke weet Ludendorff door bluf een 30 man sterke politieafdeling te ontwapenen. Van daar marcheren ze verder over de Marienplatz, door de Weinstrasse en Theatinerstrasse richting Odeonplatz. Seisser heeft de politiecommandant Goding bevel gegeven het betreden van de Odeonsplatz door Hitler met alle middelen te stoppen. Godin grendelt met 130 man gewapend met machinegeweren en een kanon de Odeonplatz af. Als de politiemacht in zicht komt laat Ludendorff de luid zingende colonne afzwenken naar zijstraten richting Feldherrnhalle. In de Residenzstrasse wordt een politierij doorbroken. Er vallen schoten. De commandant en drie politiemannen sneuvelen. Het politievuur doodt Hitler’s adviseur en diplomaat Erwin van Scheubner-Richter, die Hitler met zich op de grond sleurt. Hitler’s lijfwacht Ulrich Graf stelt zich voor hem op, wordt door elf kogels getroffen en valt bovenop Hitler en Scheubner-Richter. Putschisten werpen zich op de grond en talrijke toeschouwers stuiven uiteen. De schotenwisseling heeft minder dan een minuut geduurd. Vier politiemensen, dertien putschisten en een toeschouwer zijn gedood. Bij de bestorming van het legercommandocentrum bezet door Röhm sneuvelen nog twee putschisten. Ludendorff blijft ongedeerd, wordt gearresteerd maar na een verhoor van vijf uur op erewoord vrijgelaten. Hitler is gevlucht in een ambulance maar wordt twee dagen later gearresteerd. Hitler wordt wegens hoogverraad tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld waarvan hij er negen maanden uitzit. Volgens de rechtbank had Hitler gehandeld in ‘vaderlandse geest’ en was door ‘edele motieven’ gedreven. Ludendorff wordt wegens zijn rol in de eerste wereldoorlog vrijgesproken.

Volgens de gangbare geschiedschrijving zou hij er slechts zijdelings bij betrokken zijn geraakt. Volgens Pierik is dit onjuist. Bronnen wijzen op een andere lezing. Ludendorff was één van de belangrijkste geestelijke vaders van de putsch. Hitler was de praktische uitvoerder, de revolutionair, Ludendorff zou de nationale verzoener worden. Zo zag hij zijn rol. Maar hij wist tijdgenoten en historici een rad voor ogen te draaien.

De putsch pakt voor Hitler beter uit dan voor Ludendorff die de retorische gaven van Hitler mist. Hitler is met zijn martelarenstatus nationaal en internationaal bekend geworden. De rol van Ludendorff werpt vraagtekens op, wat in zijn nadeel werkt.

Het laatste deel van de biografie gaat over de pogingen van Ludendorff toch voet op het politieke toneel te krijgen, waarbij hij in conflict komt met Hitler. Pierik beschrijft de invloed van de tweede vrouw van Ludendorff, dr Mathilde von Kemnitz, een duistere theosophe, die zich met Ludendorff verliest in verderfelijke rassentheorieën. Het huwelijksleven van Ludendorff heeft al eerder vragen opgeroepen. Pierik schrijft daar niet over, maar Ludendorff was pas op 45-jarige leeftijd getrouwd met een 12 jaar jongere vrouw die al 4 kinderen had, Margarethe Pernet-Schmidt, die hij in de stromende regen ontmoet had en haar zijn paraplu had aangeboden. Om Ludendorff laat zij zich van haar man scheiden.

Na de plotselinge dood in 1925 van de Reichspräsident Friedrich Ebert werpt Ludendorff zich in de strijd om het presidentschap, maar verliest van Hindenburg. De band met de NSDAP en Hitler wordt daarna verbroken. De laatste had de naam van Ludendorff nodig, nu niet meer. Ludendorff verliest het aanzien van destijds maar geeft niet op. Om boven de partijen uit te stijgen richt hij in 1925 de Tannenbergerbund op. Het doel is een völkische beweging, dat zich echter overal tegen afzet, het parlementaire systeem van Weimar, de Entente, de communisten, joden, vrijmetselaars, de katholieke kerk, het Beierse vorstendom, de NSDAP en nog veel meer.

Het laatste deel van zijn leven, hij sterft aan leverkanker in 1937, wijdt Ludendorff aan het uitgeven van zijn oorlogsherinneringen, maar ook aan publicaties met een mystiek geluid. Zijn vrouw Mathilde Kemnitz laat zich niet onbetuigd. Zij ziet in het christendom een aanval op de Duitse geest. Dat is interessant want Richard Wagner zag hetzelfde gevaar, echter van joodse zijde. Het is wederom interessant te zien hoe de Duitse geest wanhopig op zoek is naar onwankelbare zekerheden en aan de praktische godsdienstbeleving niet genoeg heeft. De Franse geest kenmerkt zich door zich niet van de wijs te laten brengen als het erom gaat hoe het leven te veraangenamen en daarbij de kerk met haar uiterlijke rituelen voor lief neemt.

In zijn memoires ziet Ludendorff allerlei complotten als het gaat om zaken die zijn misgelopen. De realpolitiker Hitler had anders dan Ludendorff niet openlijk zijn afkeer van de kerk uitgesproken. Interessant is nog hoe Pierik schrijft over hoe Hitler in zijn greep naar de macht ook afrekent met das Militär. De SA onder Röhm wordt in 1934 geliquideerd (de nacht van de lange messen). De Reichswehr dreigt te worden genazificeerd en mannen van weleer als de generaals Blomberg (minister van defensie), Werner Freiherr Von Frisch en de chef-staf van de generale staf landmacht Ludwig Beck, zoeken naar een middel het leger zijn zelfstandigheid te laten bewaren. Het komt tussen Beck en Hitler tot een dans rond Ludendorff die binnen das Militär toch nog steeds op gezag kan rekenen. Beck wil Ludendorff inlijven door hem op 70-jarige leeftijd tot maarschalk te bevorderen. Ludendorff zou de enige zijn die de zaak nog kan redden. Volgens Beck gaat er ‘een zucht van verlichting door het Duitse volk sinds de naam van Ludendorff weer openlijk genoemd wordt’. Maar Ludendorff meent dat Blomberg en Fritsch hem ‘voor hun karretje proberen te spannen’. Ludendorff heeft zijn gedachten over Blomberg die zich zowel antroposofisch als communistisch opgesteld zou hebben en zich laat beïnvloeden door Hitler. Blomberg zou van een verkoudheid afgekomen zijn omdat hij Hitler een hand had gegeven. De pogingen Ludendorff aan de militaire zijde te krijgen blijven doorgaan tot Ludendorff op 21 februari 1936 er een eind aan maakt omdat de hem gezinde militairen ‘christlich reactionair’ zijn. Ludendorff heeft zo zijn laatste kans laten schieten. Hitler kan verder zijn gang gaan die met iedereen afrekent. Na de nacht van de lange messen had zelfs Ludendorff angst gevoeld. Hij wordt uiteindelijk gespaard omdat volgens Hitler ‘hij zijn lot toch niet kan ontlopen, als hij sterft voegen wij hem toe aan de helden van de natie’.

Anderen hebben minder geluk. Pierik noemt velen die Hitler minder welgevallig waren geworden, die vluchtten of het met de dood moesten bekopen. Pierik vermeldt dat op de begrafenis van Ludendorff de minister van defensie generaal Blomberg Hitler toevertrouwde dat hij een vrouw van burgerlijke huize wilde trouwen. Die permissie kreeg hij, maar het zou de opstap zijn tot zijn ondergang. In 1938 nam hij ontslag.

Vele jaren geleden zag ik ooit een Duitse documentaire getiteld ‘Geheime Staatssachen’. Het ging over de ruim 60 jaar oude minister van defensie generaal Blomberg die een verhouding had met een zeer jonge prostituee. In opdracht van Hitler ging de Gestapo zijn gangen na en nam foto’s. Toen Hitler de pornografische foto’s onder ogen kreeg zei hij: ‘Ein Deutscher Mann macht sowas nicht!’ Blomberg hield zijn rug recht, trouwde het meisje, dat hem tot op zijn doodsbed trouw bleef.

Achteraf noemde Ludendorff Hindenburg als ‘een van de slechtste karakters die ooit geleefd hebben’. Over het oordeel van Ludendorff over Hitler bestaan twijfels. De echtheid van een telegram van Ludendorff aan Hindenburg, nadat de laatste Hitler tot Reichskanzler had benoemd en Ludendorff hem op niet mis te verstane wijze schilderde wat de gevolgen daarvan zouden zijn, die ook zijn uitgekomen, staat niet vast omdat het in de archieven niet is te vinden. Pierik pleit echter voor de authenticiteit.

Wie was de grootste? Hindenburg of Ludendorff? Daar draait de biografie van Pierik om. Ludendorff deed het werk, vooral bij Tannenberg, maar legde het af tegen het grotere politieke talent Hindenburg.

Met deze biografie over Ludendorff schreef Pierik een monumentaal werk. Een nadeel is dat niet altijd alles in een goed herkenbaar historisch perspectief geplaatst blijft. Het is verleidelijk op zaken vooruit te lopen, het is een kunst om de herkenbaarheid te bewaren. Kanttekeningen bij Hitler van Sebastian Haffner, een beknopt werk vergeleken bij deze biografie, is een schoolvoorbeeld hoe het kan. De biografie van Pierik is oneindig omvangrijker met vermelding van onnoemelijk veel bronnen. Ook de literatuurvermelding is indrukwekkend. Bij een dergelijk megawerk moeten we wat slordigheden over het hoofd zien.





Een promotie

WetenschapPosted by Roelof Bos Fri, October 28, 2016 13:29:48

WETENSCHAP OF OUDBAKKEN POLITIEK

Ik lees altijd met veel plezier het blad ‘Broerstraat 5’ voor alumni van de Rijksuniversiteit Groningen. Misschien komt het door mijn bèta-achtergrond, die mij als jurist altijd meer dan welkom bleef, dat natuurkunde en scheikunde mij boeien. Bij de behandeling van psychologische, maatschappelijke vraagstukken blijft na lezing soms de gedachte ‘maar dat wist ik al’. En dan stuit je plotseling op een verhandeling waarvan je denkt ‘dat kan toch niet waar zijn!’ Zo las ik in Broerstraat 5 nummer 3 oktober 2016 een artikel over Tino Buchholz, geboren in de DDR, die is gepromoveerd op een onderzoek naar betaalbare woonruimte in Amsterdam en Hamburg. Diens stelling is dat kraken uit het wetboek van strafrecht moet. Antikrakers worden uitgebuit door vastgoed cowboys. Hij constateert een afname van betaalbare woonruimte. In Amsterdam zorgen sterk oplopende huizenprijzen en een afname van betaalbare huurwoningen ervoor dat Amsterdam te koop staat en huurders de prijs betalen. Hij is verbaasd dat het niet tot verzet lijdt (ja, u leest het goed, met een lange, niet met een korte ‘ei’), maar het leidt (deze keer met korte ei) tot antikraak. Volgens deze sociaal bewogen wetenschapper laten vastgoed cowboys een pand een hele tijd te koop of te huur staan voor een utopische prijs. De bewoners, de antikrakers, fungeren als bewakers, huismeesters, schoonmakers en moeten daar ook nog 250 euro per maand voor betalen. Het is volgens Tino Buchholz niet duidelijk of het om huur gaat of niet. En als je geen dak boven je hoofd hebt ga je dit soort condities accepteren, verzucht Tino Buchholz. Hij vindt dat tricky, cynisch en ignorant. De markt maakt het mogelijk, maar er is nog geen rechter die er een fundamenteel oordeel over heeft uitgesproken. Tino Buchholz wil niet zeggen dat antikraken verboden moet worden, maar wel dat kraken wordt toegestaan. Hij voelt geen weerzin tegen (collectieve) eigendom, dat is in West-Europa misschien niet meer van deze tijd. Maar hij wil goed onderzoeken of en hoe we dat oude coöperatieve idee weer kunnen invoeren, dat we collectief kunnen wonen voor een politieke prijs.

Als advocaat weet je dat voor het achterhalen van de waarheid hoor en wederhoor nodig is. Vandaar dit stukje. Door het betoog van Tino Buchholz werd ik teruggevoerd naar het uit de vorige eeuwen bekende socialistische denken over een rechtvaardige maatschappij. De ongelijkheid moest uitgebannen worden. Achter ieder verschil werd uitbuiting gezien. De uiteenzetting van Tino Buchholz deed mij sterk denken aan de opvattingen van Proudhon.

Pierre-Joseph Proudhon was een Frans autodidactisch econoom en theoreticus van het socialisme in de negentiende eeuw, de eerste die zich anarchist noemde. Hij bepleitte een coöperatieve samenleving, zonder regering. In zijn boek ‘Qu'est-ce que la propriété?’ poneerde hij de stelling ‘La propriété c'est le vol’ oftewel eigendom is diefstal. Proudhon pleitte voor afschaffing van de private eigendom en de vervanging daarvan door particulier bezit en vruchtgebruik. In wezen is dat een terugkeer naar het feodale stelsel waarin de vrije burger geen eigendom en dus geen zelfbeschikkingsmacht wordt gegund. In mijn beleving vormt het gedachtengoed van Proudhon een mengeling van moralisme en economie. Ik houd dat uit elkaar omdat moraal behoort tot de oordeelsvorming die wij ethiek noemen en voor zover dat collectief beleefd wordt het gevolg is van de invloed van de groep waar men zich in opgenomen voelt. Economie daarentegen gaat over de strijd om het naakte bestaan en de daartoe aan te wenden middelen. Deze verschillende wijzen van waardering kunnen met elkaar botsen al naar gelang de omstandigheden. Als men meent dat de collectiviteit kan heersen over het waardeoordeel van het individu ontkent men het eigen geweten en de persoonlijke beleving en worden de verschillen tussen de mensen ontkend. Dat loopt uiteindelijk uit op een samenstel van leugens en verdichtsels om de redeneringen kloppend te houden, zoals de communistische en ook andere ideologieën hebben laten zien.

Om bij Tino Buchholz terug te komen, hij wil de misstanden die hij ziet uitbannen door een andere economische orde. Hij ziet daarbij echter over het hoofd dat zoiets weer andere misstanden oproept. Een collectiviteit, of het nu is een private onderneming of de publieke sector, levert naast voordelen ook risico’s op. Het gebeurt dat publieke sectoren met de overtollige middelen, als die er zijn, zich buiten hun werkgebied begeven in risicovolle transacties om daar financieel voordeel mee te behalen. De overheidssector is niet gewend financiele verantwoording af te leggen en moet regelmatig onder curatele gesteld worden. Wie zal profiteren van de oplossing zoals Tino Buchholz zich dat voorstelt? Dat zal vaak bepaald worden door het toeval. Sommigen vallen in de prijzen en anderen buiten de boot. Aan het Vondelpark in Amsterdam staan een paar sociale huurwoningen. Een paar maar, want anders zou het Vondelpark verloederen, dat had de publieke sector ook wel in de gaten. Wie mogen daar wonen? Op de woningmarkt zijn deze woningen een fortuin waard. Mij zijn gevallen bekend van lieden die op de mooiste plekjes van Amsterdam wonen zonder daarvoor een cent, figuurlijk dan, te hoeven betalen. Het is niet zo dat de collectiviteit alles voor iedereen bereikbaar maakt. Integendeel, de collectiviteit, het socialisme, schept zelf schaarste en drijft de prijzen op. Van de 375.000 woningen die Amsterdam telt, zijn er 206.000 eigendom van woningbouwverenigingen en woningcorporaties en voor het merendeel bedoeld voor de sociale verhuur. Nog eens 89.000 woningen worden verhuurd door particulieren. De rest, 80.000 woningen oftewel 21,3 procent van het Amsterdamse woningbestand, bestaat uit koopwoningen die door de eigenaren worden bewoond. Dit laatste percentage ligt ver onder het Nederlandse landelijke gemiddelde van 55 procent koopwoningen. Een aanzienlijk deel van de bewoners van die sociale huurwoningen leeft van de bijstand zonder enige bijdrage aan het maatschappelijk product. Zij die initiatieven ontplooien en in Amsterdam willen wonen zijn aangewezen op de zeer beperkte vrije goed sector met als gevolg torenhoge prijzen. Bestuurders van sociale woningbouwverenigingen, die voor de zienswijze van Tino Buchholz zouden moeten pleiten, zien daardoor hun kansen en gaan er toe over hun deel van de buit te pakken. Men kan uit naam socialist zijn, als de gelegenheid zich voordoet denkt men allereerst aan zichzelf. Eerst als de rijkdom het toelaat denkt men aan een ander. In het westen ontstond die rijkdom bij particulieren door persoonlijk initiatief en het marktmechanisme. In het communistische oosten vergaarde de partij rijkdom door de revolutie.

Aan de collectiviteit zoals Tino Buchholz dat voorstaat kleven grote nadelen. Sociale huurwoningen zoals gebouwd door Berlage, prachtige woningen, worden door sociale minderheden uitgewoond en kapot gemaakt. Zij onderhouden de woningen niet en vieren hun onderhuidse agressie bot met het vernielen van trapportaal en voordeuren. Vrij spel geven aan krakers leidt tot anarchisme en zal uiteindelijk tot dictatuur leiden, omdat anders de orde niet hersteld kan worden. Anarchisten houden van rotzooien. Zodra zij orde en netheid zien raken zij in opperste staat van razernij, een uiting van onmacht. Zij zien in orde en netheid symbolen van onderdrukking. Deze razernij kan omslaan in onderwerping aan hem die belooft wraak te zullen nemen.

Kraken kan alleen toegestaan worden in noodsituaties. Voor individuele gevallen kan dat het geval zijn. Maar het kraken uit het wetboek van strafrecht halen levert een vrijbrief op voor slechtwillenden. Het zal tegenreacties oproepen. Het is een illusie te menen dat een collectiviteit verantwoordelijkheid kan dragen zoals het burgerlijk wetboek dat ziet, die de huurder verplicht voor het gehuurde te zorgen zoals het een goed huisvader betaamt. Alleen een individu kan verantwoordelijkheid dragen, een collectiviteit kan alleen functioneren als dat niet verdwijnt. De ervaring met sociale huurwoningen leert evenwel dat eigen woningbezit de voorkeur verdient.

Tino Buchholz wil met zijn proefschrift het marktmechanisme de kop omdraaien en krakers rijk maken. Deze kersverse doctor in philosophy wil plekjes, waar iedereen wel zou willen wonen en daarom peperduur zijn, ontruimen voor hen die het niet kunnen betalen. Hebben we het over wetenschap of over een achterhaald politiek pamflet? Een proefschrift, evenals ieder ander wetenschappelijk artikel, behoort onderzoek te doen en aan de hand daarvan met nieuwe aanbevelingen te komen. Wat Tino Buchholz doet is het herhalen van oude slogans. Ik weet niet wie bij de universiteit daarvoor verantwoordelijkheid draagt, maar het maakt de wetenschappelijke waarde van sociale studies opnieuw twijfelachtig.













Getallen

WetenschapPosted by Roelof Bos Sun, November 30, 2014 15:40:38

ONEINDIG

Professor Robbert Dijkgraaf hield vrijdag 28 november 2014 op de televisie in de Dwdd op NPO 1 een college over het getal oneindig, ook wel geschreven als OO. Dijkgraaf liet ons de uitvinding, het bedenken van cijfers en getallen zien als een voorstelling om voor ons mensen de wereld begrijpelijker, aanschouwelijker, overzichtelijker te maken. Om een indruk, een idee te krijgen van zaken waar onze zintuiglijke vermogens tekort schieten.

Ik schrijf dit nu wel zo op, maar vraag mij onderhand af of Robbert Dijkgraaf deze uitleg van zijn college ook zelf zo bedoeld heeft. Ik vraag mij dat af omdat hij het ook had over twee oneindigen en zelfs ik als het goed heb begrepen over oneindig veel oneindigen. Die moesten kunnen bestaan, tenminste volgens een Duitse professor in de negentiende eeuw die op het eind van zijn leven krankzinnig is geworden. Die Duitse professor stelde dat een lijn met een bepaalde afstand tot in het oneindige verdeeld kan worden. Je deelt het door 2, door 3 enzovoorts. En dan kun je dus ook een ander stukje lijn nemen en die ook weer in het oneindige gaan verdelen. En dan heb je twee keer oneindig.

Ik weet niet wat Robbert Dijkgraaf zijn publiek wilde tonen. Bij mij kwamen de volgende gedachten op. Allereerst om te laten zien waartoe de menselijke geest met al zijn fantasie in staat is. Het tweede was of hij er zelf in geloofde op deze wijze de werkelijkheid te beschrijven. Het derde was of hij zich er wel rekenschap van had gegeven dat de werkelijkheid, dat wil zeggen de wereld zoals wij die ervaren, verschillende gedaanten heeft.

Om met het laatste te beginnen, in de filosofie staat dit vraagstuk wel bekend onder de naam fenomenologie, oftewel de leer der verschijnselen. Ik zal mij niet rekenen onder een aanhanger van deze filosofische stroming zonder uit te leggen waarom. Waar het in deze om gaat is dat de mens domweg niet in staat is de wereld in zijn naakte werkelijkheid te zien. Zelfs het pasgeboren kind zonder enige ervaring niet. Zijn beleving van de wereld is zijn reactie op zijn omgeving, het is niet de omgeving zelf. Naarmate het leven voortschrijdt en de ervaring toeneemt wordt die reactie gevoed met de ervaring. Het wordt vergeleken met eerdere, andere indrukken.

Aldus bestaan er voor de mens verschrikkelijk veel werkelijkheden, al naar gelang de aard en opzet van de waarneming. De astronoom probeert verschijnselen te ontdekken die niet eerder zijn waargenomen. De kunstenaar doet het omgekeerde. Zijn publieksvoorstelling is bedoeld om een blik te werpen in het binnenste van zijn ziel.

Robbert Dijkgraaf jongleerde met getallen en het oneindige als een circuskunstenaar, een goochelaar, een illusionist. Toen hij was uitgesproken bleef er de herinnering, die misschien kan duren tot de laatste mens, maar niet langer.

Als die Duitse professor zich daarvan bewust geweest was zou hij misschien, ja let u vooral op het woord misschien, niet gek zijn geworden.