Celeste Lupus

ReisverhaalLiteratuur

Posted by Roelof Bos Mon, October 29, 2018 16:48:15

ADIOS SEVILLA

Na een ommekomst van vierenvijftig jaar was het weerzien met Sevilla zoiets als met een schilderij. Als je de werkelijkheid ziet wat de schilder heeft bezield valt het tegen. Voor mij was Sevilla de stad van de flamenco. Die wordt daar nog steeds opgevoerd, gespeeld, gezongen en gedanst. In kleine theatertjes door zangers, danseressen onder begeleiding van een gitarist, om hartstochtelijk de folklore levend te houden. De flamenco stamt uit de tijd van de armoede zonder uitzicht op een loket. Die armoede las je af aan het broodmagere lijf. De flamenco was een uitvlucht uit het troosteloze bestaan. Meer dan een uitvlucht, de geest verhief zich. Het was ook de strijd van de vrouw, haar trots ondanks het bedrog, de ontrouw en het verval als het haar ten deel viel. Met haar dans, haar blik, haar houding, het ritmisch klappen (palmotear), het geroffel van de castagnetten, het voetenwerk (tacaneo) deed zij aanbidders doen knielen. In de jaren vijftig zestig werd de flamencozang gehoord op iedere hoek van de straat, met die arabische keelklank gezongen door schoenpoetsertjes.

Dat zijn mijn herinneringen. Wij lieten ons brengen naar dat prachtige hotel Madrid om in een steegje er vlak achter ons verblijf te zoeken bij een herbergier die in zijn eentje herberg, restaurant en café dreef. Zijn kookgerij stond in de gelagkamer achter het buffet waar hij borrelhapjes tapas bereidde tot twaalf uur ’s nachts of later, als het niet de gerechten voor ontbijt, middagmaal en avondeten waren. Slechts voor middagmaalmaal en avondeten was een kelner ingehuurd om op te dienen. De laatste avond, de trein naar Granada vertrok de volgende ochtend om zes uur, wilden wij om vijf uur gewekt worden. Geen probleem, ook schoenen konden gepoetst worden als we die op de gang wilden zetten. Wie wekte ons, wie had de schoenen gepoetst? Jawel, de rondborstige zwaar besnorde eigenaar met slaap in zijn ogen, die zijn herberg dreef als zijn kostbaarste bezit.

Dat wilde ik terug zien. Mijn zoektocht begon bij hotel Madrid dat mij vandaar verder zou helpen à la recherche du temps perdu. Er was inderdaad een hotel Madrid, in een onooglijk steegje dat alle verwachting deed verdampen. Het echte Hotel Madrid, dat legendarische hotel van vroeger waarover zoals later bleek in de annalen met weemoed werd geschreven, was met de grond gelijk gemaakt om plaats gemaakt te hebben voor een winkelcentrum als op de Lijnbaan in Rotterdam. Onze herberg was natuurlijk ook onder de sloophamer gekomen.

Toch daar terug in Sevilla had ik nog een broodmagere zigeunervrouw gezien, in een veelkleurige jurk tot op de voeten met een kind onder de arm, in het voorbijgaan deksels van vuilnisemmers oplichtend. Ze zijn er nog steeds. Er blijven daklozen die niet in het gareel willen lopen. Ze kiezen voor hun vrijheid, al is dat voor de burgerman zo onbegrijpelijk.

Ik denk dan ook aan dat legendarische hotel Amicitia in Leeuwarden, waar de schrijver Havank zo graag verbleef, onder de sloophamer gekomen om te verrijzen als een betonnen puist om daarin geldzaken welig te laten tieren. Men schijnt spijt gekregen te hebben, daar in Leeuwarden, wil het oude hotel Amicitia doen herrijzen, als het misschien al niet gebeurd is.

Terugdenken aan Sevilla, nu een stad van luchtvaart-industrie en toerisme, misschien zal daar ook zoiets gebeuren, zal er iets van de oude glorie herrijzen. Al zal ik dat niet meer meemaken.











Zwarte PietPolitiek

Posted by Roelof Bos Sat, October 13, 2018 13:21:46

Folklore in Dokkum 2

Mevrouw de burgemeester van Dokkum was gisteren bij Pauw. Zij vond Nederland een racistisch land. Bij de voorbereiding van de intocht van Sinterklaas vond ze dat de dialoog over Zwarte Piet daarin een plaats moest krijgen. Daarom had ze contact opgenomen met anti Zwarte Piet betogers. Toch vond mevrouw de burgemeester niet dat zij ze uitgenodigd had. Wat moet er in het hoofd van zo iemand om gaan denk je dan bij jezelf. Bij nader inzien denk ik niet veel. Sommige mensen zijn zich totaal niet bewust van de draagwijdte van wat ze zeggen.

Mevrouw de burgemeester wist verder te vertellen dat zij de vrijheid van meningsuiting volgens de grondwet een welkom handvat vond om voor- en tegenstanders tegen elkaar in het strijdperk te zien treden, als een soort lakmoesproef om de veerkracht van onze samenleving te beproeven. Kortom, mevrouw de burgemeester wilde dat gevecht wel eens zien, moedigde het in feite aan, zoals vroeger in Romeinse arena’s gladiatoren elkaar op leven en dood bevochten, onder het genietende oog van de praetor, de pontifex maximus, de aediles curules of de keizer.

Had mevrouw de burgemeester zich rekenschap gegeven van de risico’s die zij nam? Vond zij dat daar dat grote mensenspel gespeeld kon worden? Vond zij er misschien het hoogste genot in om daarvoor een kinderfeest te misbruiken?

Wordt het niet tijd dat Den Haag ingrijpt?





RechtspraakRecht

Posted by Roelof Bos Wed, September 19, 2018 15:18:37

ZWAKBEGAAFD

Een allochtone verkrachter heeft een te lage straf gekregen omdat hij anders zijn verblijfsvergunning kwijt zou raken. Het slachtoffer was een zwakbegaafd meisje die oraal en vaginaal verkracht werd in een tassenwinkel nadat zij op verzoek van de verkoper, de dader mee naar achteren was gegaan. Ik kan het mededogen van de rechtbank voor de dader alleen maar begrijpen gelet op zijn verweer, namelijk dat het vrijwillig was gegaan. In zijn boek Vorverständnis und Methodenwahl heeft de Duitse rechtsgeleerde Josef Esser proberen uit te leggen hoe een rechter tot zijn beslissing komt. Dat er ook altijd onbewuste motieven een rol spelen bij zijn oordeel. Daar moest ik aan denken bij het vernemen over deze zaak.

Toch weet ik niet of het betoog van Esser toegepast kan worden op dit geval. Want ik kan mij niet voorstellen dat de rechter zich niet bewust is geweest van zijn door mij verondersteld, onvermeld gebleven motief. Dat de rechtbank werkelijk het verlies van de verblijfsvergunning doorslaggevend heeft geacht kan ik mij ook niet voorstellen. Dat mag geen rol spelen omdat het niets met de zaak te maken heeft. In abstracto kan een dergelijke gedachtegang ertoe leiden dat er geen straf meer opgelegd wordt. Er is immers altijd wel iets bijkomends te bedenken dat ten nadele van de dader komt. Het lijkt dus een verkeerd motief om een ander onuitgesproken motief te verhullen.

Het lijkt er dus op dat de rechter heeft gemeend het sop en de kool te moeten sparen door wel het schuldig uit te spreken (wat niet kan als het vrijwillig gebeurde), maar het onuitgesproken motief (dat het best eens vrijwillig gebeurd zou kunnen zijn) een rol te laten spelen door een verkeerde, te lage straf op te leggen. De beslissing van de rechter blijft ook dan in een ander opzicht twijfelachtig, namelijk dat daarnaast het misbruik van de toestemming van een zwakbegaafde bestraft had moeten worden.

Ik heb in mijn leven als advocaat vele wonderlijke beslissingen voorbij zien komen. Ook dit is er één van. De vraag blijft, wie is er eigenlijk zwak begaafd?























Armeense oplichterij 2Recht

Posted by Roelof Bos Tue, September 11, 2018 12:23:18

(UN)GESUNDES VOLKSEMPFINDEN

Het was nagenieten gisteren bij Pauw op de teevee. Iedereen zooh blij! De kinderombudsvrouw had met haar Armeense collega gesproken die haar had verzekerd dat er na hun terugkeer voor de kinderen speciale opvang en zorg geregeld was. Maar dat was gelukkig niet meer nodig. Die Armeense zorg konden ze missen als kiespijn.

De staatssecretaris was onder de druk bezweken. Hij was een niets ontziende kinderbeul geworden. Hij was niet zeker meer van de politie-inzet, iedereen stond klaar om de uitvoering van de wet onmogelijk te maken. Slappe knieën kun je niemand verwijten als je tegenover het vuurpeloton staat. Iedereen zooh blij dat ze hem op de knieën hadden gekregen.

Toch was er een kleine kink in de kabel. Jeroen Pauw zei dat velen vonden dat list en bedrog hadden gezegevierd. Liegen over de nationaliteit, paspoorten wegmaken, tijdrekken, onderduiken, advocaatje had meegeholpen, die advocateneed, wat stelde die nou voor, kinderbescherming in de aanval.

Het was even stil. Toen brak het gehuil opnieuw los. Peter R. de Vries wist, liegen mag, dat deden ze in de Tweede Kamer ook. Neen, dat gezeur over dat handhaven van de wet, dat was gewoon Ungesundes Volksempfinden.

Het bleek een geoliede machine, op de staatssecretaris kwam het af als een lawine, wat er blijft is een ruïne.







Armeense oplichterijRecht

Posted by Roelof Bos Sun, September 09, 2018 14:06:29

Ook zo blij?

Blij, blij, blij, iedereen zo blij. Dank aan ombudsmannen, ombudsvrouwen, politievoormannen, kamerleden, staatssecretaris, meehuilende ouders en andere burgerij voor jullie bijdrage aan Armeense oplichterij. Die moeder is niet in staat voor haar kinderen te zorgen. Hebben jullie het gezien op de teevee, die uitgekookte dame die met haar kinderen belde na het goede nieuws? Ze had het voor elkaar gekregen, meteen in overleg met haar advocaat om naar Nederland te komen. Als ze al onder behandeling zal moeten is dat vanwege die voortdurende slaplach aanvallen. Dank ook aan de immigratierechters die met hun werkachterstanden dit onmogelijke verhaal waar hebben gemaakt. Rechtspreken is mooi, waar je de tijd voor moet nemen, zoveel tijd dat het eigenlijk niet meer hoeft. En als het dan ineens heel snel gaat en het dreigt toch mis te gaan is er altijd nog die heerlijke discretionaire bevoegdheid.

Leuk om anderen met de brokken te laten zitten. Dat zijn die woordvoerders die dit onmogelijke verhaal moeten gaan onderbouwen, dat het zo past in onze rechtsstaat waar je het recht met een goocheltrucje kan laten verdwijnen

En we zijn zo blij, zo blij, dat me neus van voren zit en niet opzij!









Regeren en vooruitzienPolitiek

Posted by Roelof Bos Thu, August 23, 2018 15:26:22

WEGLACHEN

Niemand is er ooit in geslaagd het verschijnsel ‘weglachen’ beter gestalte te geven dan minister-president Den Uyl in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Misschien komt dat omdat het zo gezellig niet meer is. Vanochtend vernam ik dat in Trappes in Frankrijk weer twee mensen dood gestoken waren met een mes. Het komt regelmatig voor en heeft onveranderd te maken met geloofszaken en immigratie. Als er al een halve gare gek uit een gesticht ontsnapt die daar niet aan voldoet gaat hij al snel het voorbeeld volgen.

Den Uyl wilde leuke dingen voor de mensen, te betalen met Groninger aardgas. Die huisjes zouden heus wel blijven staan. Suriname wilde niet, maar Den Uyl wel, het land moest onafhankelijk. Weg rechtsorde, wel een narcoticastaat rijker. Het land in Europa zelf gleed ondertussen onder het mom van meer democratie gevaarlijk af. Iedereen kon in de bijstand of arbeidsongeschikt worden. Het verlanglijstje van nieuw links was lang niet af. Behaaglijk vergaderden ze in Buitenveldert bij Den Uyl thuis in een bungalow die hij had weten te ritselen toen hij nog wethouder van volkshuisvesting was. Universiteitsbesturen wankelden. Het moest democratischer, anarchistischer zouden wij nu zeggen. Je ging niet naar een universiteit om er iets op te steken. Je ging er heen om die te bezetten. De rechtbank begreep plotseling, bevangen door de tijdgeest, dat de wet rekkelijk was en stond het kraken toe. De kunst leverde tegen veel geld veel contra prestatie. Er werd meer en meer economisch geklaagd.

Ik herinner mij die Tweede Kamer zittingen waarin de begroting verdedigd moest worden. Die deugde natuurlijk van geen kant meer. Na zoveel beloofd te hebben had hij zich voorzien van een comfortabele meerderheid in de Tweede Kamer. Daar zat Den Uyl achter de regeringstafel genoeglijk de enige opposant aan te horen die riep als een roepende in de woestijn dat het faliekant verkeerd ging. Het was die jonge Wiegel in de leeuwenkuil die als enige zich verzette tegen het wanbeleid, de verspilling, het gebrek aan visie, het opvreten van de verzorgingsstaat door analfabete gezinnen uit den vreemde hierheen te laten komen.

Ik zie nog die jonge Wiegel vol overtuiging met stemverheffing spreken, schreeuwen bijna, over wat er aan de hand was. Hij schreeuwde om een antwoord, een weerwoord over wat er niet deugde van zijn verhaal. Dat kreeg hij niet. Behaaglijk koesterde minister-president Den Uyl zich in zijn regeringszetel, nam zo nu en dan zijn bril af, stak het ranzige stuk van achter zijn oren in zijn mond, zoog er op en lachte. Het was de houding van iemand die zijn slachtoffer in een wurggreep houdt. Een ander aanhoren, erover nadenken was niet nodig. Die luxe kon hij zich veroorloven. De beschouwingen van die betogende jonge man in de verte waren niet iets om je over op te winden. Hij werd afgedaan als een komiek, als een beer die men op de kermis kan laten dansen.

Na het kabinet Den Uyl heeft het zeker tien jaar geduurd voordat de begroting weer enigszins op orde was en het land op het nippertje niet een Grieks avontuur ingedreven. Den Uyl heeft de bodem gelegd voor de islamisering van onze samenleving. In Groningen wordt er puin geruimd. Het Suriname project is een fiasco gebleken. De verzorgingsstaat is op losse schroeven komen te staan.

Leren wij hier iets van? Ik ben bang van niet. Alleen een ramp doet dat. Let vooral op dat weglachen. Het kan het begin van het einde zijn.





PulpLiteratuur

Posted by Roelof Bos Sat, July 28, 2018 16:15:42

Het einde van de roman

Op internet konden wij vernemen dat de kwaliteitskrant NRC bij monde van haar recensente Elsbeth Etty bericht had over een boek van Hans Dorresteijn dat ging over zijn echtscheiding. Hans Dorresteijn was er kapot van, want ‘die vrouw met het rode haar’ had bericht over ‘het einde van de roman’. Na deze negatieve berichtgeving zou Dorresteijn dagenlang het huis niet meer uit gedurfd hebben.

Het bevestigt de juistheid van mijn beslissing, al weer lang geleden, het abonnement op die krant op te hebben moeten zeggen. Want tot vervelens toe moest ik immer weer stuiten op boekrecensies die verkeerde verwachtingen wekten. De valse en doorzichtige smoesjes waarom mijn eigen boeken niet voor recensie in aanmerking kwamen doorzag ik pas later. Ik kon mij niet voorstellen dat het er niet eerlijk aan toe ging. Eerlijk, dat wil zeggen een boek de aandacht te geven die het verdient. Eerlijk, om niet te verzwijgen dat er andere belangen spelen, die een ieder wel kan raden maar waar de lezer van een kwaliteitskrant niet mee gediend is en de krant in feite een speeltje wordt van handige jongens die weten hoe pulp verkocht wordt. En die arme boekrecensent van de krant heeft zich maar te voegen. Tot mij de schellen van de ogen vielen dus.

Net als andere op het eerste gezicht notabele beroepen die een bedenkelijke kant kunnen laten zien doet de journalistiek hier dus niet voor onder. Onbeduidende zaken worden uitvergroot. Belangwekkende zaken worden verzwegen. De doofpot politiek beperkt zich niet tot de bedrijfstak die het wil bestrijden.

Dit is het einde van de roman. Welk belang is met het uitvergroten van een slecht boek gediend? Komt het maar zelden voor dat er een slecht boek geschreven wordt? Het is als met die plasseks van die gewezen zangeres. Binnenshuis verkneukelt Hans Dorresteijn zich er over niet aan de aandacht van die kwaliteitskrant te zijn ontsnapt.









BoekbesprekingLiteratuur

Posted by Roelof Bos Thu, July 05, 2018 12:47:23

IN DE BAN VAN DE TEGENSTANDER

door Hans Keilson

In de ban van de tegenstander door Hans Keilson is een boek dat in Nederland ongeveer tien jaar geleden veel ophef veroorzaakte. Niet zozeer vanwege de inhoud, wel omdat het over het hoofd was gezien. Het mediacircus stortte zich erop met citaten uit The New York Times Book review en Time waarin men Keilson wilde toevoegen aan de lijst van ’s werelds allerbeste schrijvers. Keilson was toen inmiddels al honderd jaar oud.

Het boek begint op een enigszins vergelijkbare manier als de Max Havelaaar van Multatuli. Waar Sjaalmans om nog aan wat centen te komen zijn manuscript aan de makelaar in koffie Batavus Droogstoppel probeert te slijten, die het ziet als louter vodden papier, zo begint het boek van Keilson met een pak papier met aantekeningen in het Duits, vol vlekken, gekreukeld, uitgelopen inkt alsof het onder water heeft gelegen, in het bezit van een Nederlandse advocaat, die het na de oorlog ter hand stelt aan een onbekende ik figuur om het maar eens te lezen. Het moeten aantekeningen zijn van een jonge joodse Duitser die probeert te begrijpen waarom zijn vijand (Hitler dus), die hij B. noemt, het op hem voorzien heeft. Daar moet een reden voor zijn. Hij wil niet aannemen dat zijn vijand iets zomaar doet en van ieder rede verstoken is. Hij komt daarmee in aanvaring met zijn soortgenoten die een gesloten front willen vormen tegen hun vijand.

Men kan het aantekeningen van een naïeveling beschouwen. Mijn indruk is echter anders. De verteller beschrijft zijn vader als een koorddanser met vele ambachten en ongelukken. Eerst werkzaam in een horlogezaak, dan dansleraar, dan weer als chef de réception in een hotel waar hij het slachtoffer van een wisseltruc zou zijn geweest, vervolgens eigenaar van een stoffen- en modezaak. Uiteindelijk toch geslaagd in het leven als fotograaf die met retouches en trucjes zijn clientèle tevreden hield. Diens jongste broer was het verkeerde pad op gegaan. Zelf lichtte de verteller als jongen zijn vriendje op door met een drukletterdoos postzegels te vervalsen. Als het uit komt slaakt de vader de verzuchting ‘als het maar niet in de genen zit’.

Het boek beslaat vooral de herinneringen van de verteller uit zijn vroegste jeugd, hij moet enig kind geweest zijn, waarin hij het bestaan van zijn vijand verneemt uit de gesprekken tussen zijn ouders als hij ongewild teveel hoort. Zijn vader is zwartgallig en krijgt het verwijt van zijn moeder dat hij geen geloof heeft, vermaant hem omdat het kind er bij is. De moeder gelooft dat alles in het reine komt maar de vader wordt boos om haar vrouwengeloof. De mensen moeten er zelf voor zorgen dat ze niet overreden worden. De moeder wordt pas echt bang en boos als ze denkt dat de vader spot met die man daar boven.

Als jodenjongen wordt de verteller gepest en gemeden, meent daardoor juist meer van zijn vijand te weten te komen. Maar zelfs zijn beste vriend blijkt in de ban te zijn geraakt van de vijand. Die vertelt hem het verhaal van de elanden die uitsterven als ze hun vijand, de wolven niet meer hebben. In een kleine provinciestad in een hotel krijgt de verteller de gelegenheid een redevoering van zijn vijand bij te wonen die zal spreken in de hotelzaal. De verteller trekt zich echter terug in de gelagkamer waar hij alsnog via een luidspreker de stem van de vijand hoort. Hij beschrijft dat als volgt:

Hij viel aan, beschuldigde, bespotte, vernederde, sloeg naar links en naar rechts, blindelings, weerlegde beweringen die niemand had geuit en wond zich daarbij vreselijk op. De ander had niemand meer die voor hem sprak. Hij, die niet bestond, werd doodgedrukt door de stem en aangezien hij zweeg, meende iedereen dat hij ook werkelijk dood was.’

De verteller zinkt de moed in de schoenen maar blijft zich verbazen over het spektakel.

‘Iets in deze stem stond los van de man persoonlijk. Achter dit geschreeuw uit koele hartstocht, achter deze grofheden die een geraffineerde, meedogenloze instelling verrieden – daarachter klonk nog iets ander door! Een groot machtig succes of een vervaarlijke ondergang?....Een kleine onaanzienlijke man, gegrepen door iets wat sterker was dan hijzelf, praatte alsof hij bezig was zichzelf te wurgen. Het was alsof hij tegen de verdoemenis stond. Een fakkel flakkerde op een kruispunt. Hij moest kiezen. Het noodlot meldde zich. En wie daarmee in aanraking kwam werd getekend. Maar hijzelf bleef klein, eerzuchtig, een klerk die dolgraag een baas zou zijn geweest. Van tijd tot tijd, als het vreemde, grotere in hem doorbrak en hem geheel in zijn macht kreeg, werd hij radeloos en stond hij voor iets dat hij niet kon vatten. Het omvatte hem, maar hij omvatte het niet. Wie was hij nu eigenlijk? Zonder ophouden stelde hij zich deze vraag. Hij wist het niet. Op deze momenten werd hij voor zichzelf een vreemde. Wat over hem kwam was het vreemde. Vaak dacht hij ook dat hij het zelf was die over zich kwam. Op zulke ogenblikken waande hij zichzelf even groot en machtig als een rivier. Dan begon hij te schreeuwen en te razen. Hij kon zichzelf niet in bedwang houden en trad buiten zijn oevers. Maar hij begreep het niet. Hij schreeuwde als een drenkeling die gered wil worden.

Deze passage vind ik het beste uit het boek. Het beschrijft de onmacht van een waanzinnige. Daarom is een belangrijker vraag dan wie de vijand eigenlijk wel was waarom zoveel verstandige mensen achter hem aan liepen. Daar geeft de verteller geen antwoord op, gebiologeerd door de persoon die hem in zijn greep had. Wie daar wel een antwoord op geeft is Sebastian Haffner in zijn boek Kanttekeningen bij Hitler. Dat deze waanzinnige aan de macht kwam berustte voor een groot deel op toeval, zoals Haffner haarscherp analyseert.

Maar ook na deze ervaring blijft de verteller sceptisch zich aan te sluiten bij zijn lotgenoten die een gesloten front willen vormen tegen de vijand, wordt er van beticht geen verzet te willen plegen. Kortom de verteller wil zich niet losmaken van de Duitse gemeenschap die achter de vijand aanloopt.

Als de verteller in een warenhuis werkt komt hij in aanraking met een jonge verkoopster in wie hij wel iets ziet. Bij haar thuis ontmoet hij haar broer en drie anderen die langzaam maar zeker in geuren en kleuren vertellen hoe ze een joodse begraafplaats hebben vernield. Dan komt de verteller tot inkeer, waarschijnlijk mede door het meisje dat geen teken van afkeuring heeft gegeven. Hij vlucht, laat zijn ouders achter in zijn geboortehuis waaruit ze uiteindelijk worden opgehaald. Voor de verteller heeft de vijand afgedaan. Zijn eerste verzetsdaad is het maken van een getrukeerde foto van in elkaar geslagen mensen, in scène gezet, dat als krantenfoto de mensen aan het denken moet zetten.

Tot dusverre in grote lijnen het boek. Er blijven een aantal vragen. Wilde de schrijver met de aanvang en het einde van het boek, wanneer de onbekende ik figuur na de voddige papieren te hebben gelezen, deze terug geeft aan de advocaat en die hem vertelt dat de eigenaar als verzetsheld is verraden vanwege een liefdesgeschiedenis maar zijn moordenaar heeft kunnen doodschieten, verhullen dat het om de persoonlijke ervaringen van de jonge Keilson zelf gaat?

Uit een authentiek autobiografisch boek van Keilson, onvertaald, weten we dat Keilson in Berlijn de leergang heilgymnastiek- en massage had doorlopen. Op de achterflap van het hierboven besproken boek staat dat Keilson in Berlijn medicijnen had gestudeerd. In het televisie-interview tien jaar geleden schermde Keilson zichtbaar met zijn hoedanigheid als arts. Begin jaren vijftig vestigde Keilson zich als psychiater te Bussum. Ondanks torenhoge rekeningen wierpen zijn behandelingen weinig of geen resultaat af. Kinderen waren als de dood voor hem. De nestor van de psychiatrie Sigmund Freud behandelde in een klassieke casus prinses Marie van Oostenrijk voor vaginisme. Keilson had een patiënt wiens vrouw aan hetzelfde leed. De trauma’s van de man, zijn patiënt, waren voor ingewijden overduidelijk het gevolg van het probleem van de vrouw. Keilson echter hield eindeloze sessies, schreef de ene rekening na de ander waarvoor sommigen een hypotheek zouden hebben moeten afsluiten. Wist Keilson niet beter of was het berekening? We weten het niet, maar nimmer heeft hij de vrouw onderzocht, terwijl de aartsvader van de psychiatrie dat als eerste zou hebben gedaan.

Zo lijkt Keilson als psychiater ondeskundig. Misschien was hij het ook niet, slechts gymnastiekleraar met een opleiding in de heilgymnastiek- en massage, na de oorlog de erkenning als arts gekregen op basis van duistere papieren. We weten het niet. Voor The New York Times Book review en Time was hij geslaagd als schrijver. Dat mag zo zijn, bij mij blijft de indruk van een behendig manipuleerder die Wahrheit und Dichtung niet uit de weg ging.