Celeste Lupus

UTRECHTPolitiek

Posted by Roelof Bos Tue, March 19, 2019 14:23:03

De aanslag in de tram in Utrecht gisteren maandag 18 maart 2019 riep verkrampte reacties op. In Pauw en Jinek op de teevee gisteren reageerde Frits Wester verontwaardigd op de reactie van Thierry Baudet, die een verband legde met de immigratie. Als een geboren Drent zoiets gedaan had zou de wereld er niet bol van hebben gestaan. De aanslagpleger was een doodgewone crimineel, zo moeten wij Frits Wester begrijpen. Een woordvoerster van het openbaar ministerie was genuanceerder. Volgens haar kan een terroristische daad een samenloop zijn van louter crimineel gedrag en terroristisch oogmerk.

Het probleem met zulke discussies is dat men weigert het wezen van de zaak te zien. Er wordt stilzwijgend van uitgegaan dat de normen van onze westerse samenleving gedeeld worden door weldenkende immigranten. Dat is niet zo. De westerse en oosterse culturen verschillen volledig. Het is maar heel weinigen gegeven zich los te maken van hun eigen achtergrond en die te verloochenen. Zelfs een weldenkende burgemeester Aboutaleb van Rotterdam kan dat niet. Hij weigert de ideologie die tot nine eleven heeft geleid te veroordelen, omdat het hun geloof is. Ook hij zou de sharia ingevoerd willen hebben, keurt het alleen af omdat er in het westen geen draagvlak voor is.

Zo loopt men voortdurend achter de feiten aan. Minister-President Mark Rutte, de burgemeester van Amsterdam Halsema zijn verbaasd dat de ouders van leerlingen op die islamitische school in Amsterdam, het Haga Lyceum, het bestuur niet weg willen hebben terwijl dat bestuur lak heeft aan onze grondwet.

Wij moeten onder ogen durven zien dat er met de immigratie een monster is geschapen. Door van immigranten integratie te verlangen wordt er tegelijkertijd een al dan niet ondergrondse haat tegen het westen geschapen omdat daarmee voor de immigrant zijn eigen normen en waarden worden miskend. Prof. Pinto heeft in zijn boek De piramide van Pinto een poging gedaan de ware aard van de immigrant te onderkennen, of hij werkelijk bereid is westerse normen en waarden te aanvaarden. Echter het kwaad is al geschied en ik zie ook niet direct een oplossing hoe dat te keren.

Er is nog een ander probleem. Dat is dat de gevestigde politiek de gemaakte fouten niet wil of kan erkennen en halsstarrig blijft geloven in het eigen gelijk, dat integratie de oplossing is en dat het ook kan. Iedere criticus wordt bestempeld als racist en zo gooit men olie op het extremistische vuur.

Ine Veen schreef een boek over de moord op Pim Fortuijn, volgens haar een complot van de gevestigde elite. Het is inderdaad ongelooflijk dat zijn moordenaar al na twaalf jaar weer vrij kon rondlopen en wellicht een uitkering geniet van uw belastinggeld.

Ik had vannacht een nare droom, dat Thierry Baudet hetzelfde kan overkomen.











DE KOPEREN TUIN van Simon VestdijkLiteratuur

Posted by Roelof Bos Sat, March 02, 2019 17:56:04

In mijn jeugd heb ik verschillende boeken van Simon Vestdijk gelezen, waarvan ik mij herinner: ‘De kelner en de levenden’, Ivoren wachters’ en ‘De koperen tuin’. Zijn oeuvre is ontzagwekkend, ongeveer 200 boeken, de waardering voor zijn werk wisselend. Over zijn boek ‘De schandalen’ schreef Jan Spierdijk in De Telegraaf: ‘Het witte papier is de heer Vestdijk tot schutting geworden’. De dichter Adriaan Roland Holst beschreef hem als ‘de man die sneller schrijft dan God kan lezen’. Bij mij was er het beeld van iemand die veel woorden nodig heeft om iets te zeggen. Hier wil ik stilstaan bij zijn boek ‘De koperen tuin’, door Simon Vestdijk zelf gekenmerkt als zijn beste werk.

Het boek begint met de ik figuur, een eigenwijs jongetje dat zijn drie jaar oudere broer nogal belachelijk vindt. Alles speelt zich af begin twintigste eeuw in W, waarmee Leeuwarden bedoeld zal zijn, waar zijn vader tot rechter is benoemd, waar de ik figuur prat op gaat. Vrijgezelle notabelen van de stad zijn min of meer heimelijk verliefd op zijn moeder. Hijzelf lijkt op haar, zijn broer op zijn vader dertien jaar ouder dan zijn moeder, van wie hij zich geen verliefdheid kan voorstellen. Op een mooie zomerse dag, zijn vader stuurt ansichtkaarten uit Luxemburg, wat die daar doet blijft duister, wordt hij door zijn moeder met haar vriendinnen in een landauer meegenomen naar de Tuin, een park met kunstmatige heuvels, water- en rotspartijen. In de Tuin waarin vogelkooien wordt hij door zijn moeder alleen gelaten om te spelen. Zijn zoektocht leidt naar een heuvel. In de diepte ontwaart hij een houten muziekkapel waar een koperorkest gereed zit om te spelen voor het publiek aan de andere kant van de vijver waaronder zijn moeder met haar vriendinnen. Voor het houten hoofdgebouw dat via een rustieke brug over waterpartijen naar de muziektent leidt ziet hij een stoergebouwde zelfverzekerde man met een zwarte snor in een geklede jas, zich vermakend met door volle dienstbladen weerloze dienstertjes, die hij kneepjes in de arm geeft, wat op het jongetje indruk maakt. Hij wil naar hem toe. Hij laat zich van de heuvel zakken, sluipt naar het hoofdgebouw. Met de Stars and Stripes van Sousa barst de muziek los onder leiding van de stoere man, de dirigent. Het geschetter van trompetten, trombones, fluiten, piccolo’s, klarinetten, saxofoons, begeleid door xylofoon en Turkse trom, overweldigt het jongetje. Voor het hoofdgebouw ziet hij een lang bleek meisje, gespannen starende naar de muziektent. Er volgen meerdere stukken, als laatste stuk voor de pauze wordt op verzoek de Stars and Stripes van Sousa herhaald. De herkenning van de muziek brengt het jochie in vervoering, hij stampt en danst op de maat wat hilariteit wekt, wat hem nog meer aanzet. Dan wordt hij gegrepen door het lange bleke meisje, een hoofd groter dan hij en ze beginnen te dansen. Plots laat zij hem los, hem aan zijn lot overlatend. Zij ijlt naar de muziektent, valt de dirigent om de hals, zij is zijn dochter.
Voor de ik figuur, Nol Rieske, het zoontje van de rechter die later medicijnen gaat studeren, wordt of blijft het vier jaar oudere bleke meisje, Trix Cuperus, zijn grote liefde, ook al wil zij niets van hem weten en geeft zij zich af met vrijgezelle en getrouwde notabelen in het stadje. Als op het einde van het boek zijn moeder, nog jong, op sterven ligt wil hij weg van haar sterfbed, naar Trix, die dienster is geworden in de sociëteit in de Tuin. Opeens haat hij zijn moeder die in de Tuin gekscheerde over die kleine jongen van acht jaar, dansend met een meisje van twaalf jaar bijna volwassen, het dan later had over ‘dat aardige Trixje van je’.
Met knikkende knieën begeeft hij zich naar de sociëteit, waar hij bediend door Trix zich wil bedrinken. Zij schenkt hem wat in, maar verdwijnt. Buiten in de tuin vindt hij haar terug. Wat volgt is een ontroerend samenzijn, waarin hij haar herinnert aan hun dans vroeger in de Tuin waarover zijn moeder zo had moeten lachen en Trix hem om vergeving vraagt voor haar harteloosheid, maar zonder reden weer verdwijnt. Hij bedrinkt zich verder en de volgende dag nog in een roes verneemt hij in het ziekenhuis het overlijden van zijn moeder. De volgende dagen blijft hij zich bedrinken, bezoekt de minnaar van Trix, Vellinga, om diens verhaal te horen, ook om verhaal te halen voor diens aandeel in de zondeval van Trix. Hij onttrekt zich aan het rouwbeklag met de familie, gaat naar Trix en vraagt haar ten huwelijk. Zij vertelt hem over haar drankzuchtige vader, Henri Cuperus, de dirigent en pianoleraar van Nol Rieske, door deze mateloos bewonderd, die schuldig zou zijn aan het verliezen van haar onschuld, over Vellinga die zich aan haar had vergrepen, ook over andere minnaars, Caspers, Dijkhuizen en Stienstra. Ze vraagt hem die nacht bij haar te blijven wat hij fatsoenshalve weigert, vertrekt om de volgende ochtend haar antwoord op zijn aanzoek te horen. Thuis vertelt hij zijn vader over zijn huwelijksvoornemens, zich verontschuldigend voor zijn afwezigheid en om hem voor te bereiden op het standsverschil met zijn verloofde. Hij fantaseert over controverses welke zijn huwelijk kan oproepen en overweegt even het huwelijk uit te stellen, wat hij overwint. Als hij de volgende ochtend bij Trix aanbelt vertelt haar tante dat Trix zich die nacht met arsenicum het leven heeft benomen. Met de beide komende begrafenissen van zijn moeder en Trix in zicht klampt hij zich vast aan de tante, bezoekt Caspers, die hem meer bijzonderheden vertelt over Trix, over diens vermoeden van haar liefde voor een onbekende waarvan hij nu begrijpt dat die hem bezoekt. Nol Rieske fantaseert over de rekening en verantwoording af te leggen door Stienstra en Dijkhuizen, wat hij laat voor wat het is. Lopende naar de Tuin vormen zich gedachten over het hoe en waarom, waar het allemaal begon.

In het boek zitten meerdere tegenstrijdigheden, waarvan ik er twee wil noemen. Hierboven is vermeld, zoals ik dat uit het boek opmaak: ‘Opeens haat hij zijn moeder die in de Tuin gekscheerde over die kleine jongen van acht jaar, dansend met een meisje van twaalf jaar bijna volwassen, het dan later had over ‘dat aardige Trixje van je’.’ Dit moet wel haast het thema zijn van het boek, een moeder die haar zoon niet wil of kan begrijpen. Echter op blz. 227 van de mij ter beschikking staande uitgave, 21e druk Salamander Klassiek, 2001, zegt de hoofdpersoon Nol Rieske tegen zijn geliefde Trix Cuperus: ‘Mijn moeder heeft eens gezegd, dat liefde, die in de kindertijd begint, en dan later tijdelijk vergeten wordt, de machtigste is van alle liefdes.’’ Deze wijsheid verdraagt zich moeilijk met de kortzichtigheid die hij zijn moeder later verwijt.
Ook de latere haat van Trix Cuperus tegen haar vader komt min of meer uit de lucht vallen gelet op het begin van het boek, waarin zij na haar dans met het jongetje Nol Rieske haar vader in de Tuin, na diens optreden als dirigent, om de hals valt wat toch uit bewondering, verering moet zijn. Later in het boek blijkt zij zich steeds tegen haar vader te keren, misschien om zijn drankzucht, maar die bestond al toen zij hem in de Tuin om de hals viel. Ook overtuigt de houding van Henri Cuperus tegenover Trix niet. Die zou zijn dochter verboden hebben met Nol Rieske in zee te gaan omdat hij te jong was en zijn familie daarvoor te trots zou zijn. Hier laat Henri Cuperus zich kennen als een benepen man, wat strijdt met de wijze waarop Vestdijk hem neerzet, een hoogdravend iemand die op de jonge Nol Rieske overkomt als de kunstenaar die conventies aan zijn laars lapt. Als zich in de geest van de grote man, die Henri Cuperus voor Nol Rieske was, een dergelijke ommekeer zou hebben voltrokken biedt het boek, behalve het latere misprijzen van Trix, daarvoor niet echt een aanwijzing, ook niet de door Nol Rieske’s moeder versmade bloemen, haar aangeboden door Trix’ vader.
Zo doet de intrige rond de zondeval van Trix Cuperus hier en daar gekunsteld aan, wat goedgemaakt moet worden met ingewikkelde zinnen, waarover nagedacht moet worden om te begrijpen wat er staat, wat dan toch niet echt tot diepere inzichten leidt. Hier en daar krijgt het boek, vooral in het middengedeelte waar de voorbereiding en opvoering van de opera Carmen hilarisch, rocambolesk wordt besproken, met de overjarige Belgische zangeres Alice de Rato die de rol van Carmen voor haar rekening neemt, als zinnebeeld van lichtzinnigheid en verderf, het karakter van een ironische vertelling à la Godfried Bomans, wat niet strookt met de pretentie van het werk, te weten de worsteling met conventies die begin twintigste eeuw bestonden, zoals dat bijvoorbeeld het thema vormde van het boek Klaaglied om Agnes van Marnix Gijssen.

Blijkens het naschrift van Maarten ’t Hart in de mij ter beschikking staande editie wil deze in het boek meer zien dan Simon Vestdijk er zelf in heeft willen leggen. De onbegrijpelijke zelfmoord van Trix zou verklaard kunnen worden door de veronderstelling dat haar vader zich aan haar heeft vergrepen. Ondanks de schroom voor een dergelijke veronderstelling wordt daarom voor ’t Hart het boek nog indrukwekkender. Ik begrijp de gedachtegang aldus dat de grootheid van het werk niet zozeer bepaald wordt door wat er staat, maar wat men zich erbij kan fantaseren. Daar zit wat in. Een boek moet inwerken op de verbeeldingskracht van de lezer. Echter na het lezen van het boek kan ik mij de door ’t Hart geopperde veronderstelling niet voorstellen. In het boek laat Trix Cuperus zich zien als een meisje dat van wanten weet. Ook uit de biecht van Trix aan Nol Rieske blijkt iets dergelijks niet, wat toch wel voor de hand zou hebben gelegen.
Anders dan de door 't Hart genoemde Johan van der Woude kan ik mij de zelfmoord van Trix Cuperus wel voorstellen.Zij was vier jaar ouder dan Nol Rieske. Zij begreep zijn liefde voor haar, maar ook dat hun huwelijk onmogelijk was, dat het hem met haar achtergrond te gronde zou richten. Zij was realistischer dan hij, wilde geen gebruik maken van de situatie, uit liefde voor hem.

Al mis ik het evenwicht zoals in boeken van door mij bewonderde schrijvers als Tolstoj, Schnitzler en Walschap, de koperen tuin van Simon Vestdijk blijft een zeer lezenswaardig boek, vooral door de gedetailleerde beschrijvingen van situaties en personen, ook al doen deze wel erg barok aan.

















KoudwatervreesFilosofie

Posted by Roelof Bos Wed, January 09, 2019 16:35:08

De Vrije Universiteit te Amsterdam Buitenveldert heeft de regenboogvlag gehesen. Zo langzamerhand begin ik mij schuldig te voelen omdat ik geen homo ben. Voor mij steken ze namelijk nooit de vlag uit. Maar daar schijnt een professor aanwezig te zijn die de Nashville verklaring heeft ondertekend. De VU wil daarover met hem een stevig gesprek. Ik ontving een email hierover van de VU aan studenten en alumni. Drie lachende, ook ferm kijkende bestuursleden, waaronder twee blanke vrouwen en een bruine rector magnificus, staarden mij aan boven het bericht dat de wereld in moest. Waarom ik dat verschil in huidskleur noem komt omdat daar misschien een boodschap van uitgaat. Want zeker in universitaire kringen schijnt in deze tijd vooral de witte man het gedaan te hebben. Vandaar misschien die symboliek van in het bestuur twee vrouwen en een bruine man, getuigend van een betere wereld.

Ik betrap mij er soms op de boef te willen uithangen, in plaats van mij rechtschapen op te stellen, wat alleen maar leidt tot schuldgevoelens. Een beetje boef heeft daar geen last van. Die pakt wat hij krijgen kan en als daar iets van gezegd wordt geeft hij gewoon een rotschop. En dan heb ik ook nog mijn huidskleur tegen. Had ik ook maar zo’n donker gelaat, donkere ogen, dat zelfs de meest onbarmhartige rechter voor zich in neemt. Misschien moet ik met een spandoek gaan zwaaien dat hier iets oneerlijks in zit.

Terug naar die Nashville verklaring. Ik begrijp dat die zich tegen het homohuwelijk keert. Ik ben daar ook tegen. Het huwelijk in zijn juridische gedaante is sowieso al een wangedrocht, gelet op wat het bij een echtscheiding teweeg kan brengen. Liefde hoeft toch niet in een contract gegoten te worden? En wat willen homo’s nou met zo’n contract? Laat liefde zich daardoor dwingen? Gelooft u het?

Verder schijnt die Nashville verklaring te zeggen dat seksualiteit alleen kan bestaan binnen een levenslang huwelijk tussen man en vrouw. Dat is natuurlijk je reinste lariekoek. Ik begrijp wel dat die professor dat graag wil, maar dat is natuurlijk niet zo. Ik wil ook graag niet altijd tegen de wind in hoeven fietsen. Die professor maakt dus gewoon een klein foutje, hij vergist zich. Maar daarvoor hoeft hij toch niet over de morele meetlat gelegd te worden, al schijnt dat daar bij de VU zo’n gewild speeltje te zijn? Een beetje seksuoloog kan hem uit de droom helpen. Voor een terechtwijzing is hier geen plaats. Dat zou de VU als wetenschappelijk instituut toch moeten weten.

In die Nashville verklaring zit nog een ander vuiltje, namelijk dat die homoseksualiteit als zondig beschouwt. Ik ben zelf hetero, dus u begrijpt dat ik van die Nashville verklaring wat dat betreft niet veel heb te vrezen. Wat ik alleen niet begrijp is dat die professor voor zijn overtuiging wordt veroordeeld. Dan kan je net zo goed de koran veroordelen en dat doen ze natuurlijk niet. Er schijnt zelfs een strafrechtelijk onderzoek te lopen naar de inhoud van die Nashville verklaring. Steeds meer wordt duidelijk dat die zogenaamde vrijheid van meningsuiting niet langer bestaat, eigenlijk alleen nog maar voor een ons wezensvreemde cultuur.

Wie is er nu eigenlijk verkeerd bezig?











VooruitzichtenPolitiek

Posted by Roelof Bos Thu, January 03, 2019 16:05:58

Het is gebruikelijk bij het begin van het nieuwe jaar elkaar voorspoed en gezondheid te wensen en aan het einde daarvan vast te stellen dat daar weinig van terecht is gekomen.

Deze zwartgallige ontboezeming van een azijnpisser ontstaat bij de herinnering aan wat er de afgelopen zestig jaar is voorgevallen op wat nu toch wel het belangrijkste onderwerp is geworden, al willen velen daar weinig van weten. De rampspoed moet eerst over ons komen om dan met ontzetting vast te stellen dat het gedaan is met het lieve leven.
Hier in Frankrijk zie je gele hesjes met spandoeken als Je m’en fou des ordonnances, je veux vivre! Oftewel Ik heb schijt aan die regels, ik wil leven! Ziehier ons vooruitzicht. De club van Rome voorspelde al lang geleden een angstwekkend scenario, dat werd en wordt weggelachen. Die opstand van de gele hesjes komt voort uit de weigering offers te brengen. Wat telt is de pouvoir d’achat, de koopkracht, het andere niet. Ook regeringen, economen hebben daar schijt aan. Voor hen telt slechts de groei, om daar hun tekorten mee te financieren, terwijl het een negatieve wissel op de toekomst is en de groei het klimaat verder vervuilt.
En nu moet er plotseling geld op tafel komen om de klimaatdoelstellingen te halen. Daar heeft niemand zin in. Iedereen wijst naar een ander die het offer moet brengen. Laat het bedrijfsleven het maar betalen. Daar is veel voor te zeggen, vooral wat betreft de vervuilende industrie, de vervuiler moet betalen. Dat lijkt mooi, maar werkt alleen maar als de burger zelf de broekriem aantrekt. Door geen vervuilende producten te kopen. Door niet in opstand te komen tegen verhogende belastingen die de vervuilende producten duurder maken. Ook voor de niet vervuilende industrie geldt dat het afromen van winsten ook de eenvoudige burger zal raken. Er zal minder dividend uitgekeerd worden aan pensioenfondsen.
Terzijde, dat niet doorgaan van de afschaffing van de dividendbelasting blijft toch een vuiltje. Die twee miljard gaan nu niet naar Nederland, maar naar de Britten die Unilever niet hebben laten gaan. Dus, Lilianne Marijnissen en Jesse Klaver of toch Schoppen, hadden jullie niet beter kunnen nadenken? Waarschijnlijk niet, want ze schijnen geen benul te hebben van de bedrieglijke waarde van het geld.
Terug naar die andere ellende. Naar Den Uyl en het energiebeleid. Die was in de jaren zestig van de vorige eeuw minister van Economische Zaken en van 1974 tot 1978 minister president. Hij wilde zo snel mogelijk het aardgas uit de grond hebben om daar leuke dingen mee te kunnen doen. Zijn nachtmerrie was een nieuwe technologie die het aardgas overbodig zou maken. Het geld lag dan niet meer voor het oprapen. Dus niet investeren in een leefbare toekomst, potverteren maar. Nu dat alsnog moet zijn de rapen gaar. Die huizen in Groningen staan op instorten en de zeespiegel stijgt verder.

Ik wens u het allerbeste, weet niet of u daar blij mee bent.





StaatsmansschapPolitiek

Posted by Roelof Bos Sun, December 09, 2018 17:34:44

Toespraak Emmanuel Macron tot het Franse volk

Landgenoten, Mes chers compatriotes,

Jullie willen meer geld. Dat is gemakkelijk, we drukken gewoon wat bij. Maar jullie willen ook nog wat anders en dat is meer koopkracht, plus de pouvoir d’achat. Jullie willen meer krijgen voor hetzelfde geld. Dat is lastiger, want als ik jullie meer geld geef gaan de prijzen omhoog. Ik kan wel een wet maken dat de prijzen niet omhoog mogen, maar dan worden we leeg gekocht door het buitenland en dan hebben jullie helemaal niets meer. Dus met geld gaat het niet.

Laten we wat anders proberen. We betalen jullie met onze bezittingen. Daar kunnen jullie niets op tegen hebben. Want dan zijn jullie meteen van die rijke stinkerds af. Dan zijn jullie de baas, kunnen jullie met die fabrieken, kastelen en wat niet al doen wat je wilt. Je hebt het dan helemaal voor het zeggen, in eigen hand om die koopkracht op peil te houden. Er zit wel een risicootje aan, want je kunt ook failliet gaan en dan heb je helemaal niets meer, ook geen koopkracht. Ja, dat is sneu, maar het is niet anders.

Maar goed, ik neem aan dat jullie je best zullen doen om die koopkracht op peil te houden. Er zit alleen weer een vervelend dingetje aan. Met die 35-urige werkweek hou je die koopkracht niet op peil. Het is dus flink aanpoten geblazen. Ik zag één van jullie op de teevee, een hele kalme man. Hij zag er helemaal niet vermoeid uit. Hij zou zo van vakantie terug gekomen kunnen zijn. Hij protesteerde, zonder de boel aan diggelen te gooien. Kijk, daar heb ik nou respect voor. Dat is nog eens zelfbeheersing. Maar hij protesteerde wel. want hij verdiende maar 800 euro in de maand. Waarom hij zo weinig verdiende vertelde hij niet.
Maar die 800 euro kan natuurlijk helemaal niet. Ik verdien veel meer. Ik zou hem best mijn baantje willen geven, want hij verdient meer. Dan slaan we twee vliegen in één klap. Jullie zijn van mij af en jullie hebben het zelf voor het zeggen. Je moet dan wel zelf zorgen dat die huursubsidie van jullie en meer van die hebbedingetjes in stand blijven. Ik noem die ziekenhuizen en de hele verder rataplan er maar niet bij, maar dat begrijp je zelf wel. Staken is natuurlijk helemaal van de zotte, is er niet meer bij. Jammer, maar toch. Als je de boel in diggelen gooit komt het voor eigen rekening.

Even goede vrienden. Ik laat het aan jullie over.



Opstand der hordenPolitiek

Posted by Roelof Bos Fri, December 07, 2018 13:43:50

Het volk was redeloos, de regering radeloos, het land reddeloos. Dat was het volksgezegde in Nederland in het rampjaar 1672. Zo lijkt het in Frankrijk heden ten dage. De gele hesjes zijn een bedreiging voor de republiek. De vonk kan overslaan naar politie en leger en dan is het land stuurloos, beland in anarchie. Het verstand regeert niet meer. Kortzichtigheid is troef. Er is geen debat. Opstandelingen hebben geen leider, geen plan behalve het eigen belang. Vanwege de klimaatverandering zullen offers gebracht moeten worden. In een acute oorlogssituatie is die bereidheid er misschien. Toch in de jaren dertig toen aartsvijand Duitsland zich bewapende deden socialistische leiders onder Léon Blum of er niets aan de hand was.

Nu zien de klimatologen de ramp naderen. Maar het volk niet. Noodzakelijke maatregelen om de aarde te redden worden niet begrepen. Donald Trump lacht in zijn vuistje. Die betweterige Fransman, die hem de les wilde lezen, komt van een koude kermis thuis.

Kalmte, kalmte, wordt er wanhopig geroepen, laat het verstand terugkeren. Maar de opstand der horden is daar, om zo het land, hun eigen rechten, hun zekerheden, zo moeizaam opgebouwd in een sociale verzorgingsstaat, op het spel te zetten. Wat zullen ze terugkrijgen als de dampen zijn neergedaald en de puinhopen zichtbaar geworden?

Ook in Nederland worden gele hesjes gevreesd. Zij staan voor het recht om dat in eigen hand te nemen. Ieder voor zich, allen voor één. Dat is de leus. Zij lopen voor de natuur uit om de ondergang mogelijk te maken.



VolksopstandPolitiek

Posted by Roelof Bos Thu, December 06, 2018 13:03:29

KLEIN KAPITALISME

In Frankrijk had een tv verslaggever een gesprek met demonstrerende gele hesjes rond een rotonde, waaronder een luid protesterend vrouw. Als weerwoord op haar beklag zei hij: “Maar Macron wil toch hervormen?” Na lichte aarzeling zei de vrouw: ”Ja, maar hij moet niet ons geld afpakken.” Ziehier, het kapitalisme in het klein, de weigering offers te brengen voor de goede zaak. Hun weerwoord is, dat hoeven wij niet, wij zijn arm.

De meute, de horde is opgestaan, hun rechtvaardiging is la précarité, de behoeftigheid. In zijn boek Les misérables neemt Victor Hugo het op voor de behoeftige mens. Als jongetje komt Jean Valjean na het stelen van een brood in een strafkamp, waaruit hij na 19 jaar ontsnapt. Hij wordt zijn leven lang achtervolgd door de politieman Javert, die hem steeds weer opnieuw achter de tralies wil krijgen, er geldt geen pardon, de wet is de wet.

Zijn de gele hesjes les misérables, de ellendigen? Brood hoeven ze niet te stelen. Toch is hun drijfveer de geringe pouvoir d’achat, de geringe koopkracht. Zij hebben vrijwel niets te besteden. Maar hun weldoorvoede lijven doen vermoeden dat die bestedingsdrang op iets anders slaat dan het gemis aan brood. Sterker nog, het lijkt soms te wijzen op een verkeerde bestedingsdrang in de zin van wat gezond is voor de mens.

De politiek van Franse supermarkten lijkt daar ook op. Een supermarkt bij ons in de buurt is recent nieuw opgebouwd na een jaar gesloten te zijn geweest. Het was een miljoeneninvestering. Een supermodern nieuw gebouw werd uit de grond gestampt. Naar de opening werd nieuwsgierig uitgekeken, er werd veel van verwacht. Toen na een jaar de deuren opnieuw geopend werden bleek het assortissement drastisch te zijn aangepast. Veel van het eerder aangebodene, het gezonde eten, het vers, was weg. In plaats daarvan bevatten de schappen veel meer dan voorheen snoep en koek, en ook wijn, en vooral bakjes en pakken met kant-en–klaar eten, altijd duurder dan vers. De nieuwe directeur had een gedetailleerd onderzoek gedaan naar de behoefte van de klant. Hij koos voor datgene waar hij de meeste winst mee maakte.

Preventieve gezondheidszorg mag dan door de overheid tot haar taak gerekend worden, het is duidelijk dat dit dweilen met de kraan open is, oftewel behangen tegen de wind in. Een algeheel verbod op zoetigheid zal zo tot een volksopstand kunnen leiden. Men zal de straat opgaan, zich verenigd weten in kleurige hesjes onder het slaken van leuzen als: “Rot op Macron, geef ons ons dagelijks brood!”

Geheel los hiervan is het natuurlijk de vraag of Macron er verstandig aan heeft gedaan de brandstofprijs in een zo autoafhankelijk Frankrijk – in het uitgestrekte platteland en in de kleine dorpen zijn geen bus-, laat staan treinverbindingen, en de afstanden van dorp tot stadje, d.w.z. school, werk, boodschappen zijn groot - zo plotseling, zo drastisch te laten stijgen. De volksopstand schijnt ook vooral vanuit de provincie te komen.

Volgens de peilingen steunde 75 procent de gele hesjes beweging. In Nederland heeft ongeveer 25 procent van de bevolking hoger onderwijs gevolgd. In Frankrijk is dat ongeveer hetzelfde. Op grond daarvan zou men kunnen stellen dat 25 procent de kar trekt en de andere 75 procent uitvoerend werk doet. Van die 75 procent kan men geen wereldbeeld verwachten. Dat blijkt ook uit het antwoord van de vrouw met het gele hesje hierboven. Het risico dat die 75 procent voor een gemeenschappelijk eigenbelang gemobiliseerd wordt ingaande tegen alle verstand in moet onder ogen worden gezien. Het hemd is nader dan de rok.

De Romeinen wisten het al. Fortiter in re, suaviter in modo. Oftewel krachtig in de zaak, soepel in de toepassing. Daar is niet naar gehandeld. Alvorens zulke drastische maatregelen in te voeren zal er toch eerst zoiets als een debat gevoerd moeten woorden hoe de lusten en lasten verdeeld worden. Macron heeft gefaald in zijn zicht op de belevingswereld van de eenvoudige man. Hij heeft een wereldbeeld, dat is duidelijk, zij niet.







Misbruik van godsdienstvrijheidPolitiek

Posted by Roelof Bos Sun, December 02, 2018 15:54:19

Heeft u het gezien op teevee? Dat uitgeprocedeerde Armeense gezin dat weigert te vertrekken en een vrijhaven heeft gevonden in een Rotterdamse kerk, waar de politie niet binnen mag vallen zolang er een dienst gehouden wordt? Daarom houden ze 24 uur per dag die dienst, tot in lengte van dagen naar ik veronderstel, tot ze de staatssecretaris opnieuw met deze chantage op de knieën hebben gekregen. Wat stellen die dominees die zich daar voor lenen zich eigenlijk voor? Beseffen zij niet dat het recht op godsdienstvrijheid ooit bedoeld is geweest om vervolging van andersdenkenden tegen te gaan, niet om de wet te ontkrachten? Kennelijk niet. Zij misbruiken het. Is dat Armeense gezin daarmee gediend? De kinderen kunnen niet naar school, terwijl ze dat in Armenië wel kunnen, daar ook behoorlijke kinderopvang is en zelfs een kinderombudsman.

Het is het zoveelste bewijs dat het recht op godsdienstvrijheid uit de Grondwet geschrapt moet worden. Het grondrecht op het belijden van de eigen levensovertuiging, zoals verwoord in artikel 6 van de Grondwet, is voldoende. Daar valt godsdienstbelijdenis ook onder. Die aparte vermelding van godsdienstbelijdenis is misleidend, achterhaald, heeft geen enkele functie meer, behalve dan het misbruik.

Dat recht op godsdienstvrijheid keert zich tegen ons, zoals in mijn eerstkomende roman Europa’s ondergang (te verschijnen februari 2019 bij Aspekt Soesterberg) aan de orde zal komen.