Celeste Lupus

Celeste Lupus

Over dit weblog

Celeste Lupus schrijft over: literatuur, politiek, filosofie, recht, economie en wetenschap.

Emblematiek

PolitiekPosted by Roelof Bos Mon, May 22, 2017 14:42:57

DE BEVRIJDENDE HOOFDDOEK

In wat voor vreemde wereld leven wij? Ooit zag ik de film The nightporter, waarin na de oorlog een joodse vrouw haar vroegere kampbeul terugziet en maar één verlangen heeft, met hem teruggaan naar die tijd. Tegenwoordig krijg ik hallucinerende dromen. Laatst in zo’n droom zag ik een agent met een swastika op lopen. Ik sprak hem er op aan en hij zei: “ik heb nu dienst, maar daarna wil ik het u wel uitleggen”. En in het café vertelde hij mij het volgende:

“Toen de vrouwelijke moslimagenten in Amsterdam een hoofddoek mochten dragen was dat voor velen een zwarte dag. Maar voor mij niet. Niet dat ik met dat geloof iets heb, het was om andere reden. Ikzelf als agent had heimelijke genoegens waar ik niet mee voor de dag durfde te komen. Ik droomde ervan in uniform over straat te lopen met een swastika. Er werd wel gezegd dat die swastika stond voor onnoemelijk veel leed en daarom mocht het ook niet. Maar met die hoofddoek had ik een punt. Die moslimagenten met een hoofddoek beleven de strijd met hun zusters die moeten verblijven in gevreesde oorden. Met opgeheven hoofd dragen zij hier dezelfde last. Ik begrijp die vrouwen. Ikzelf begeerde de swastika. De swastika als embleem voor het leed dat de mensheid moest dragen. Hoeveel mannen zijn er niet trots op geweest daarmee rond te lopen! Een tinteling ervoer je bij zoveel macht. Je werd gevreesd, zelfs zonder die doodskop erbij. En die swastika gaf dat broedergevoel. Want die jongens hebben natuurlijk wel het een en ander te verduren gehad. Dat wordt tegenwoordig uit het oog verloren. Maar zegt u, die swastika is toch iets anders dan een hoofddoek? Ja uiterlijk wel, maar innerlijk niet. Daar moesten de hoge heren mij gelijk in geven toen ik een beroep deed op gelijke behandeling.”

Toen ik wakker werd leek het een boze droom die geen werkelijkheid was. Tot ik op straat er eentje zag rondlopen.