Celeste Lupus

Celeste Lupus

Over dit weblog

Celeste Lupus schrijft over: literatuur, politiek, filosofie, recht, economie en wetenschap.

Onze toekomst

LiteratuurPosted by Roelof Bos Wed, January 07, 2015 15:45:17

SOUMISSION

Een dag voor de aanslag op het kantoor van het satirische weekblad Charlie Hebdo in Parijs, die twaalf doden kostte, verscheen het nieuwste boek ‘Soumission’ van Michel Houellebecq. ‘Onderwerping’ voor geletterden. Het schetst een Frankrijk in het jaar 2022 met een islamitische regering. Men kan hem betitelen als Michel Huilebalk, immers het boek 1984 van George Orwell is ook niet uitgekomen. Maar zoals Houellebecq zegt, een schrijver moet natuurlijk overdrijven om de blik te vangen. Dat betekent niet dat het niet kan gebeuren. Desgevraagd zei hij daarover : “C’est une possibilité”.

In het vraaggesprek met Le Figaro zei Houellebecq dat het westen bezig is zelfmoord te plegen. Hij zal daarbij doelen op de democratie die misbruikt kan worden. Hij ziet een terugkeer naar de geest van de middeleeuwen waarin de religie als onverdraagzame macht de overhand krijgt. Het protestantisme als reactie daartegen opgekomen in het tijdperk der verlichting zal gedoemd zijn te verdwijnen.

Hoe hierover te denken? Het is waar, met de toenemende welvaart en communicatiemogelijkheden wordt er meer en meer rekening gehouden met een bevolkingsgroep die in de middeleeuwen en het tijdperk der verlichting tot de ongeletterden werd gerekend. Televisieprogramma’s kunnen dit beeld niet ontzenuwen. Het overgrote deel van de bevolking heeft een baas nodig. Maar niet alleen dat, zij hebben ook een profeet nodig die schetst wat hun mogelijkheden zijn. Voor hen is die democratie niet aanlokkelijk. Het schept verplichtingen en verantwoordelijkheden. Iets waarbij zij zich niets kunnen voorstellen. Wat zij zich wel kunnen voorstellen is de hemel waar alle ellende achter de rug is en waar de beloning wacht.

Die boodschap geeft zin aan het leven en is waard zich te richten naar de profeet die zulks verkondigt. Dat het een goede boodschap is ervaren zij onmiddellijk want zonder dat zouden zij naar drank en verdovende middelen grijpen. Zo wordt het leven ervaren als een blijde boodschap al zal het maar kort duren. En dat is niet erg want zonder dat zou de beloning te lang uitblijven. Het leven is een te zware opgave. Dat was in het tijdperk der verlichting ook al zo, alleen toen hadden zij niet de macht en wisten niet beter.

Zal het zover komen? Misschien is er troost, want zij die niet voor zichzelf kunnen zorgen worden geregeerd naar het oude gezegde ‘de wal keert het schip’. Alleen is het dan nog op tijd?













Kerstmis

FilosofiePosted by Roelof Bos Thu, December 25, 2014 13:03:56

De kerstboodschap van Herman Wijffels

In een uitzending van de IKON op NPO 2 woensdag 24 december 2014 zag ik een vraaggesprek tussen Annemiek Schrijver en Herman Wijffels. Wijffels zag licht in de duisternis. De duisternis was het verkeerde beeld dat nagejaagd werd en hierin kon je de bankier herkennen die tot inkeer was gekomen. Wijffels, een godvruchtig mens, dacht dat er een ommekeer zou komen. Waarin niet het eigenbelang maar de mensheid telde. Ik vertel het nu in mijn eigen woorden, maar dat was de indruk die van zijn woorden overbleef. Ik schrijf erover omdat Annemiek Schrijver op zeker ogenblik de vraag stelde of er niet een leider moest zijn. Eerder had zij het gehad over een herder. Zo te zien overviel de vraag Wijffels. Zijn reactie was terughoudend. Zijn eigen ervaring met leiderschap moest hem parten spelen. In de hem bekende bankwereld wordt veel aan leiderschap gedaan. Wijffels moet gedacht hebben ‘die kant moeten we niet op’. Zelf dacht ik dat Annemiek Schrijver zich vergiste of niet goed had opgelet. Want Wijffels had het gehad over veranderingen die niet van boven af opgelegd worden maar uit jezelf voortkomen. Als de geest der mensheid tot wasdom komt zal dat de richting aanwijzen. Zo heb ik de woorden van Herman Wijffels begrepen.

Vele jaren geleden stond ik als adviseur de grondlegger van het befaamde Instituut Schoevers bij. Bij de keuze van de beheerders van de verschillende vestigingen telde behalve het vakmanschap voor hem maar één ding. Hij of zij mocht niet hebzuchtig zijn. Het instituut mocht daar niet ten prooi aan vallen. Het is anders gelopen. Zijn laatste vazal wist de gewraakte karaktereigenschap goed te verbergen en na de dood van de grondlegger veranderde het wezen van dit eertijds zo befaamde instituut volledig.

Ook heden ten dage met de financiële crisis en andere rampspoed in gedachten blijkt dat het hemd nog steeds nader is dan de rok. Alleen heel grote rampen kunnen de ogen openen, te vrezen valt wanneer het te laat is. De terughoudendheid van Wijffels over het door Annemiek Schrijver geopperde leiderschap was veelzeggend. Want Wijffels als gezaghebbend bankier weet waar dat op uitdraait. Wijffels had het over collectieve inkeer en Annemiek Schrijver over leiderschap. Wijffels zag daarin geen overeenstemming en ik denk terecht. Met het zicht op de bijbel zal Wijffels bedoeld hebben geen leider nodig te hebben maar wel een profeet.



Wijsheid

LiteratuurPosted by Roelof Bos Fri, December 19, 2014 14:55:27

LOB DES HOHEN VERSTANDS

In het tv programma Pauw van 18 december 2014 vond de VVD senator Ed Nijpels het goed dat Geert Wilders vervolgd wordt omdat er dan duidelijkheid komt wat wel en wat niet kan. Dit lijkt de wereld op zijn kop. Een rechter bepaalt niet wat wel en wat niet kan. Dat is aan de wetgever. Een rechter dient geen moreel oordeel te geven. Ook dat is aan de politiek, de wetgever. De rechter dient slechts de wet toe te passen. Dat er op deze wijze aan pseudowetgeving wordt gedaan is veelzeggend voor de zwakte van de wetgevende macht. Een politicus dient zich niet te verschuilen achter een ambtenaar die een uitvoerende taak heeft. Een politicus behoort een inhoudelijk standpunt in te nemen. Dat zoiets in het geval Wilders uit electoraal oogpunt misschien niet wenselijk is mag natuurlijk geen rol spelen.

Het wordt steeds meer duidelijk dat de vrijheid van meningsuiting in Nederland steeds verder beknot wordt. Allereerst door niet zichtbare krachten, te vergelijken met die welke Sony heeft doen besluiten een film over de Noord Koreaanse leider Kim Jong-un niet uit te brengen. Slechts een enkele cabaretier in Nederland durft toe te geven dat hij niet meer durft te zeggen wat hij denkt. Verder is er nu steeds meer de beperking door de overheid zelf dat de verboden van haatzaaien en discriminatie uit de kast haalt.

Ik zou zeggen schrap die verboden en vervang die door een verbod op wat de grondslagen van de Nederlandse samenleving aantast. Misschien kan Wilders dan vervolgd worden, maar ook zij die zich door Wilders aangesproken voelen. Dan wordt de komende burgeroorlog niet op straat maar voor de rechter uitgevochten. En VVD senator Ed Nijpels heeft zijn zin.

Laten wij hopen dat het dan niet zo gaat als in het lied van Gustav Mahler, LOB DES HOHEN VERSTANDS, waar een ezel als rechter moet beslissen wie mooier zingt, de nachtegaal of de koekoek. Want in het lied besliste de rechter dat hij de nachtegaal niet kan volgen, maar wel de koekoek en voor de rest mag u het raden.



Getallen

WetenschapPosted by Roelof Bos Sun, November 30, 2014 15:40:38

ONEINDIG

Professor Robbert Dijkgraaf hield vrijdag 28 november 2014 op de televisie in de Dwdd op NPO 1 een college over het getal oneindig, ook wel geschreven als OO. Dijkgraaf liet ons de uitvinding, het bedenken van cijfers en getallen zien als een voorstelling om voor ons mensen de wereld begrijpelijker, aanschouwelijker, overzichtelijker te maken. Om een indruk, een idee te krijgen van zaken waar onze zintuiglijke vermogens tekort schieten.

Ik schrijf dit nu wel zo op, maar vraag mij onderhand af of Robbert Dijkgraaf deze uitleg van zijn college ook zelf zo bedoeld heeft. Ik vraag mij dat af omdat hij het ook had over twee oneindigen en zelfs ik als het goed heb begrepen over oneindig veel oneindigen. Die moesten kunnen bestaan, tenminste volgens een Duitse professor in de negentiende eeuw die op het eind van zijn leven krankzinnig is geworden. Die Duitse professor stelde dat een lijn met een bepaalde afstand tot in het oneindige verdeeld kan worden. Je deelt het door 2, door 3 enzovoorts. En dan kun je dus ook een ander stukje lijn nemen en die ook weer in het oneindige gaan verdelen. En dan heb je twee keer oneindig.

Ik weet niet wat Robbert Dijkgraaf zijn publiek wilde tonen. Bij mij kwamen de volgende gedachten op. Allereerst om te laten zien waartoe de menselijke geest met al zijn fantasie in staat is. Het tweede was of hij er zelf in geloofde op deze wijze de werkelijkheid te beschrijven. Het derde was of hij zich er wel rekenschap van had gegeven dat de werkelijkheid, dat wil zeggen de wereld zoals wij die ervaren, verschillende gedaanten heeft.

Om met het laatste te beginnen, in de filosofie staat dit vraagstuk wel bekend onder de naam fenomenologie, oftewel de leer der verschijnselen. Ik zal mij niet rekenen onder een aanhanger van deze filosofische stroming zonder uit te leggen waarom. Waar het in deze om gaat is dat de mens domweg niet in staat is de wereld in zijn naakte werkelijkheid te zien. Zelfs het pasgeboren kind zonder enige ervaring niet. Zijn beleving van de wereld is zijn reactie op zijn omgeving, het is niet de omgeving zelf. Naarmate het leven voortschrijdt en de ervaring toeneemt wordt die reactie gevoed met de ervaring. Het wordt vergeleken met eerdere, andere indrukken.

Aldus bestaan er voor de mens verschrikkelijk veel werkelijkheden, al naar gelang de aard en opzet van de waarneming. De astronoom probeert verschijnselen te ontdekken die niet eerder zijn waargenomen. De kunstenaar doet het omgekeerde. Zijn publieksvoorstelling is bedoeld om een blik te werpen in het binnenste van zijn ziel.

Robbert Dijkgraaf jongleerde met getallen en het oneindige als een circuskunstenaar, een goochelaar, een illusionist. Toen hij was uitgesproken bleef er de herinnering, die misschien kan duren tot de laatste mens, maar niet langer.

Als die Duitse professor zich daarvan bewust geweest was zou hij misschien, ja let u vooral op het woord misschien, niet gek zijn geworden.





Godsdienst

RechtPosted by Roelof Bos Sun, November 23, 2014 16:54:06

GODSDIENST ALS GRONDRECHT

In het televisieprogramma Pauw op vrijdag 21 november 2014 werden passages voorgelezen uit drie boeken, waarin aangezet werd tot haat en moord. Dat waren de volgende boeken:

1. Mein Kampf van Adolf Hitler

2. de Bijbel

3. de Koran.

Er was ook een tweede kamerlid van de Christen Unie te gast. Die ontkende het haatzaaiende karakter van de bijbel. Hij stoelde dat op zijn interpretatie van het boek. Peter R. de Vries, ook te gast, wanneer is die er niet, merkte daarover op dat er in de Verenigde Staten, dat puriteinse bijbelvaste land, wel honderd miljoen gelovigen rondliepen die de bijbel op de letter geloofden en dus ook die over het afslachten van de vijand.

De grondwet schrijft vrijheid van godsdienst voor. Maar wat is een godsdienst en wie maakt dat uit?

In de jaren zeventig was er op de Wallen een Satanskerk die aanspraak maakte op de belastingvrijstellingen zoals ook andere kerkgenootschappen die genoten. De rechter verwierp dat omdat de Satanskerk geen echt kerkgenootschap zou zijn. Hij hanteerde daarvoor het leerstuk schijn en wezen. Waarschijnlijk had de rechter gelijk.

In de roman La vengeance d’Esther van Paul-Loup Sulitzer echter komt een hoofdstuk voor waarin iemand langs de deuren gaat en aan eenzame oude dames stukjes in de hemel verkoopt voor geld. Als oplichter wordt hij vervolgd, maar door het magistrale pleidooi van zijn advocaat vrijgesproken. Die had aangetoond dat de gevestigde kerk hetzelfde doet. En inderdaad, ook voor ons valt dat met de enorme rijkdom van de katholieke kerk goed te begrijpen.

Wat wij hiervan kunnen leren is dat een kerkgemeenschap een afspiegeling vormt van de gewone maatschappij, waarin altruïsme en hebzucht hand in hand gaan. Maar ook dat godsdienst geen waarborg is voor altruïsme. Sterker nog, altruïsme wordt gebruikt als middel om de juistheid van dogma’s te verkondigen. Het is een verweermiddel. De kerk is altruïstisch, nou dan, wat wil je nog meer? De bedoelingen zijn zuiver.

Maar over dat laatste valt wel wat te zeggen als we naar de geschiedenis kijken. Daar ging het vooral om de dogma’s. En die dogma’s hebben in wezen geen ander doel dan het uitoefenen van macht zoals ook een dictator dat nastreeft. In feite gebruikt een notoire dictator dezelfde middelen. Die neemt ook kinderen op schoot en laat de gemeenschap geloven dat harde maatregelen er zijn om de mensen tegen zichzelf te beschermen.

Hoe, waarom en wanneer wordt men machthebber? Een vreedzame burger kan die altijd te misbruiken macht natuurlijk alleen maar toevertrouwen aan hen die macht zien als middel om die vreedzame samenleving te bevorderen. Toch, velen staan er niet bij stil dat godsdienst anders in elkaar zit. Een godsdienst is niet democratisch. Sommige godsdiensten, opgekomen na de reformatie, hebben geprobeerd dat te benaderen. Maar het valt op dat men al snel in de oude fout vervalt. De film Fanny en Alexander van Ingmar Bergman getuigt daarvan.

Dat is ook niet verwonderlijk. Godsdienst, geloof is een uitnodiging om je vrije wil, je kritische vermogen los te laten. En dat heeft voor hen die over weinig kritisch vermogen beschikken aantrekkelijke kanten, want het biedt zekerheid die er eerst niet was. Een schijnzekerheid misschien, maar dat is dan tegen dovemansoren gezegd.

Hoe zit het nu met hen in de kerk die wel over kritisch vermogen beschikken? Ook die laten dat los om geheel andere redenen. Voor hen is de kerk een instituut, een gemeenschap waarin men een functie bekleedt. En als dat niet zo is dan toch om zichzelf een houding van rechtschapenheid te kunnen geven. Zonder naar de kerk te gaan kan dat ook, maar in de kerk valt het meer op.

Er is meer. Ik heb eens een tienjarige jongen meegemaakt die nog aan Sinterklaas geloofde. Aan zijn verstand lag het niet, maar waar andere kinderen op zesjarige leeftijd begonnen te mopperen dat ze voor de gek gehouden werden hield hij wijselijk zijn mond. Toen hem werd voorgehouden dat het afgelopen was met die flauwekul zag hij dat als een aantasting van zijn rechten, in zijn geval de kadootjes. Eigenlijk is dat met die weldenkende mensen in de kerk ook zo. Voor hen kan de waarheid niet de vrije loop gelaten worden, want die gaat zich tegen je keren, er wordt wat van je afgenomen.

Paus Franciscus begint nu aan wat dogma’s te sleutelen. Dat bevestigt de gedachte dat het vooral om de macht gaat. Anders was dat al veel eerder gebeurd. Dat dat nu toch gebeurt, veel te laat, bevestigt ook dat het gaat om de macht. Want die zal men gaan verliezen als er niets gebeurt.

Terug naar het uitgangspunt in onze grondwet die vooral democratisch wil zijn en daarom vrijheid van godsdienst als een grondrecht noemt. Hoe kan men nu die democratie bevorderen met een dergelijk ondemocratisch instituut? Rechtsgeleerden zullen betogen dat het allemaal wel meevalt. Volgens artikel 6 van de grondwet is godsdienstbelijdenis gebonden aan de grens dat het moet vallen binnen ieders wettelijke verantwoordelijkheid. Kortom de wet gaat boven een kerkelijk dogma.

Toch wringt hier iets. Een democratische ordening ziet erop dat men iemand ter verantwoording kan roepen. Nu hebben wij te maken met geschriften die dienen als basis voor godsdiensten die zonneklaar in strijd zijn met onze democratie. En nu kan die mijnheer van de Christen Unie wel roepen dat het allemaal niet zo bedoeld is, ja dat haalt je de koekoek. De Nederlander wordt geacht de wet te kennen. Gelooft u het? Als dat net zo is als met dat andere geloof kunnen we de vergadering sluiten maar ik hoop toch op wat meer begrip. Om er geen misverstand over te laten bestaan, voor de gelovige gaan de woorden in de kerk boven alles.

Al met al brengt mij dat op de gedachte dat die vrijheid van godsdienst als grondrecht toch niet zo’n goed idee is. Waarom hebben wij dat nodig in een tijd waarin godsdiensten als culturen moeten worden gezien en voor het overige het verschil tussen geloof en bijgeloof ongeloofwaardig is geworden?

Vrijheid van levensovertuiging, vereniging en vergadering lijkt mij voldoende, met de toevoeging binnen ieders wettelijke verantwoordelijkheid.



Recht of slecht

RechtPosted by Roelof Bos Fri, October 24, 2014 13:22:24

LOUCHE ADVOCAAT

Volgens Peter R. de Vries is dit een pleonasme. Hij zei dit in het tv programma PAUW eergisteren, waar ook de advocaat Hiddema was uitgenodigd. Die beklaagde zich bij de rechter dat hij in een cartoon is uitgebeeld onder een bordje met daarop de tekst ‘louche advocaat’. Aan het eind van de uitzending ontkende Peter R. de Vries dat hij dat gezegd had. Dat was niet waar, maar het kan gezien worden als een slip of the tongue. Dat neemt niet weg dat er iets aan de hand is. Een slip of the tongue is vaak een gedachte die beter niet gezegd kan worden. Het kan ook een verkeerde gedachte zijn, een opwelling die rechtgezet moet worden. In mijn eigen ervaring is het in de volksmond inderdaad een pleonasme. Ik werd eens voorgesteld aan een hoogleraar in de infrastructuur die grote gemeenten voorschreef hoe ze hun stad moesten indelen. Hij vroeg naar mijn beroep en ik zei ‘advocaat’. Verschrikt stapte hij een meter achteruit.

Nu beklaagt de advocaat Hiddema zich bij de rechter dat hij in een cartoon is uitgebeeld onder een bordje met daarop ‘louche advocaat’. Volgens Hiddema kan dit niet gerechtvaardigd worden met de vrijheid van meningsuiting omdat zijn clientèle daarmee in diskrediet gebracht zou worden. Onderwijl probeerde hij in het programma tersluiks aandacht te vragen voor zijn nieuwe boek, wat helaas verhinderd werd. Daarvoor was hij niet uitgenodigd. Aan de orde was immers de kroongetuige Fred Ros, een crimineel die voor dertig jaar vast zit, maar die in de strategie van het openbaar ministerie bij de opsporing van een aantal moorden de waarheidsvinding kan dienen, omdat anders zijn strafvermindering niet doorgaat. Volgens Peter R. de Vries was dat geen valide argument, want het openbaar ministerie veronachtzaamde dat hij met zijn verklaringen de verdachten valselijk zou kunnen beschuldigen. Het openbaar ministerie zou alleen maar aan zijn eigen belang denken. Peter R. de Vries doelde kennelijk op crimefighters die het niet kunnen verkroppen dat moordenaars vrij blijven rondlopen en daarbij grenzen overschrijden.

De kernvraag bij dit alles is of rechtsregels die geschreven zijn voor de zogenaamde beschaafde gemeenschap ook gelden in de strijd tussen criminelen zelf. Er was eens een vonnis of een arrest over een beroep op dwaling om een overeenkomst tussen criminelen vernietigd te krijgen. Ik herinner mij niet meer de uitkomst, maar wel de machteloze commentaren van rechtsgeleerden. Had het allemaal wel zin? Natuurlijk, ook boeven hebben rechten, alleen geef je ze die dan worden ze misbruikt. Ja en wat dan?

Een soortgelijke sfeer hangt ook boven advocaten als Hiddema. In een vraaggesprek met de krant (nrcdeweek maandag 29 september 2014) zegt Hiddema: “Ik ben als advocaat regelmatig zeer onmaatschappelijk bezig.....Als ik iemand die levensgevaar oplevert op een vormfout vrij krijg, dan is ook voor mij de vraag ‘hoe rechtvaardig ik dat voor mijzelf’.....” En hij beantwoordt die vraag dan met “Dat ik er zoveel lol aan beleef. Puur aan het ambachtelijke. Op zo’n moment geeft je beroepstrots gewoon de doorslag. Dan kun je zeggen: ‘en nu loopt er dus een moordenaar los’. Dat is zo. Maar ja, zo is het leven. Er kan morgen ook een dakpan op zijn kop vallen. Het bestaan is nu eenmaal geplaveid met tegenslag en pech. Daar kan dit dan ook nog wel bij.”

In dit licht moeten wij de klacht van Hiddema tegen de cartoonist zien, die hem als louche advocaat neerzet. Hiddema vindt zichzelf niet louche, maar erkent onmaatschappelijk bezig te zijn. Het is een soort eerlijkheid als in de film Viridiana van Luis Bunuel, waarin een blinde zigeuner vertelt over zijn aanhouding wegens het lichten van het offerblok in de kerk. Om een veroordeling te ontlopen had hij zijn kompaan aangegeven. Trots vertelt hij dat de rechter hem had geprezen om zijn burgerlijk plichtsbesef.

Zelf herinner ik mij de vermaarde strafpleiter mr M.H. Huygens die in de jaren vijftig de Berkelse arts Opdam wegens moord op zijn vrouw bijstond, die zelf ook een tijdlang in hechtenis had gezeten. In de Groene Amsterdammer betoogde Martin van Amerongen ooit dat hij betwijfelt of dit soort advocaten wel de waarheid spreken. Zelf sprak ik eens met de gewezen buurman van deze mr Huygens ergens in de buurt van de Wassenaarseweg in Den Haag. Volgens die buurman was het bij Huygens altijd tot diep in de nacht een voortdurende herrie met luide muziek, beschonken mannen en vrouwen van verdacht allooi liepen in en uit. Ooit sprak mijn vader met de officier van justitie mr Gelinck, die voor het openbaar ministerie het proces tegen de Berkelse arts O. voerde. Mr Gelinck had de mond vol over de gewiekstheid van mr Huygens, die iedereen op het verkeerde been kon zetten.

Ik kom er niet om heen wat persoonlijk indrukken over de advocaat Hiddema weer te geven, zoals hij daar op de buis zijn zaakjes bepleitte. Een schilderachtige figuur, een geraffineerde ijdeltuit, het hoofd glimmend van het vet met het vermoeden dat de haardos betere dagen heeft gekend, de kleding, het jasje, de schoenen die aan de gang naar bepaalde etablissementen doen denken. De bestudeerde blik met het verst uitgezakte ooglid ter linkerzijde van het gelaat, de suggestie alles onder controle te hebben. Kortom de imitatie van een bepaald soort Siciliaan. Bij diens klacht tegen het woord louche kon de in deze sector goed ingelichte Peter R. de Vries een glimlach niet onderdrukken.

In wat voor wondere wereld leven wij toch, waar mens en karikatuur zo met elkaar lijken samen te vallen.









Film

LiteratuurPosted by Roelof Bos Sun, October 19, 2014 18:11:50

LA GRANDE BELLEZZA

De film La Grande Bellezza van Paolo Sorrentino uit 2013, in de Verenigde Staten winnaar van de Oscar voor de beste buitenlandse film, mist eigenlijk iedere intrige. Of het zou de levensloop moeten zijn van de mislukte romanschrijver maar geslaagde roddelverslaggever Jep Gambardella, zoiets als bij ons Ivo Niehe van de Tros of verder in de tijd terug Henk van der Meijden van De Telegraaf. De film boeit doordat het overkomt als een muurschildering dat tot leven komt. Een fresco, eerst als stilstaand beeld, maar waarin de toeschouwer verdwaalt, op zoek naar de samenhang en zo het onbewuste levend wordt. De bestaansangst der nuttelozen, die weinig te vertellen hebben en toch gezien willen worden. De oorlog lijkt uitgebannen, weggedacht, om het echte leven niet te hoeven ondergaan.

Als zich dat dan toch manifesteert is dat in de figuur van een moeder Theresia. Een kardinaal die ook ten tonele verschijnt lijkt eerst een karikatuur. Vol vuur kan hij vertellen over de kunst een smakelijke eendebout te bereiden. Als hij iets los moet laten over zijn roeping kijkt hij verstoord, van zijn à propos gebracht, kan alleen maar kwijt: ‘donna nobis pacem’ of zoiets.

Toch lijkt de kardinaal echter dan de moeder Theresia figuur. En dat is in zekere zin de verrassing in de film. De schijnheiligheid van Jep Gambardella komt sympathieker over dan die van de kardinaal. Jep Gambardella spot met zichzelf, zijn dienstbode mag hem ‘schurkje’ noemen. Het is daarom ook dat de moeder Theresia figuur eerder een overdrijving, een karikatuur is. Iemand die de gelofte van armoede heeft afgelegd heeft wel wat beters te doen dan als 104-jarige de Spaanse trappen te beklimmen om een beeld te kussen.

Afwisselende gevoelens van déja vu en bijval kwamen daardoor bij mij op. Het déja vu vanwege de clichés ontleend aan Fellini, zoals de karikatuur van moeder Theresia, bijval voor de compositie, het mozaïek van een warrige, chaotische wereld waarin genot- en hebzucht de drijfveren zijn.

Naar mijn inzicht draagt de kardinaal de film. Zonder hem zou Jep Gambardella en zijn vrienden richtingsloos zijn. Nu zijn zij zichzelf, iets wat de kardinaal niet is. De warrigheid die de film met zich draagt wordt daardoor begrijpelijker, meelevender.



Voetbal

LiteratuurPosted by Roelof Bos Tue, October 14, 2014 18:59:49

RARE DROOM

Had vannacht zo’n rare droom. Zag een voetbalveld met spelers en een trainer. Daarvoor nog allemaal gezichten met bloemkooloren die om het hardst riepen tegen racisme te zijn. Op het voetbalveld legde de trainer aan een roetzwarte speler uit wie de tegenstander was en dat je daar niet de bal naar toe moest toespelen. De zwarte voetballer knikte, hij begreep het. Toen zag je de wedstrijd en ik zag die zwarte speler steeds maar de bal naar de tegenpartij spelen. Ik zag hem denken met diepe rimpels in zijn voorhoofd: ‘zo doe ik het toch goed!?’.

Dan zag je weer de training en de trainer maar uitleggen dat die blauwe trui de tegenpartij was en dat je eerder dan hij bij de bal moest zijn. Nu knikten ook de minder zwarte voetballers. ‘We zien het helemaal zitten’ riep er één. ‘We gaan ze inmaken’. 'Denk erom niet naar de blauwen en laat ze niet aan de bal komen’ riep de trainer weer. Tenminste dat dacht ik.

Toen zag ik weer wat anders. Een grauw achterafzaaltje in een smoezelig café, waar een dikke man met spleetogen en aan elke vinger een ring iets uitlegde aan een zwarte man die mij erg bekend voorkwam. De zwarte man knikte. Hij begreep het.

Badend in het zweet werd ik wakker. Het was een nachtmerrie. Ik had gezondigd. Ik had racistisch gedacht, tenminste gedroomd. Ik probeerde mij te verdedigen. Alsof een zwarte man nooit iets verkeerd kan doen. Alsof anderen alles maar goed doen, verweet ik mijzelf weer. Het was om dol van te worden

Ik kwam weer bij mijn positieven en wist wat er gebeurd was. Het was die voetbalwedstrijd gisteravond die mij parten gespeeld had. Ik had ernaar gekeken en het niet begrepen. Dat ze steeds maar de bal naar .....de tegenstander speelden en ....ja die tegenstander steeds eerder bij de bal was. En niet alleen die zwarte speler hoor. Ja die wel vaker, maar toch. Hoe kan dat nou dacht ik en was de kluts kwijt.

Toch na een kop koffie bij het ontbijt dacht ik het te hebben begrepen, was ook opgelucht: ‘misschien hebben de spelers het allemaal wel goed begrepen maar heeft de trainer het verkeerd uitgelegd’.

Het gaf een hele geruststelling mijn gedachten weer geordend te hebben en de spelers, ook die zwarte, vrijuit gingen.